No more fiendish
punishment could be devised, were such a thing physically possible, than that
one should be turned loose in society and remain absolutely unnoticed by all
the members thereof. If no one turned round when we entered, answered when we
spoke or minded what we did, but if every person we met "cut us
dead," and acted as if we were non-existing things, a kind of rage and
impotent despair would ere long well up in us, from which the cruellest bodily
tortures would be a relief; for these would make us feel that, however bad
might be our plight, we had not sunk to such a depth as to be unworthy of
attention at all.[1]
Geen genadelozere straf zou kunnen worden bedacht, als was
een dergelijk iets fysisch mogelijk, dan dat iemand uit zou worden gezet in de
maatschappij en absoluut onopgemerkt zou blijven door alle leden daarvan. Als
niemand zich om zou draaien als wij binnenkwamen, zou antwoorden als wij
spraken of zou opmerken wat wij deden, maar als ieder persoon die wij ontmoette
ons “af zou snijden” en zich gedragen alsof wij een onbestaand iets waren, een
soort van furieuze woede en machteloze wanhoop zouden hierdoor in ons opwellen,
van welke de meest wrede lichamelijke kwellingen een verlossing zouden zijn;
want deze zouden ons laten voelen dat, hoe erg ook onze slechte toestand, we
niet gezonken waren tot zo een diepte als waren we onwaardig voor elke vorm van
aandacht.[2]
Achtergronden van thuisloosheid
problematiek
binnen de thuislozenzorg
Factoren die leiden naar thuisloosheid
Omstandigheden en omgevingsfactoren
Organisatiestructuur van de opvang
Internaten en sociale pensions
Demografische gegevens dak/thuislozen
Aanbevelingen voor eventueel verder onderzoek
de
enquête zoals gebruikt in onderzoek
Toelichting
bij vraag 5, Lijst beroepen respondenten
Cirkeldiagram
bij vraag 3, gegevens woonplaatsen respondenten
Cirkeldiagram
bij vraag 4, hoogst afgemaakte opleiding respondenten
Cirkeldiagram
bij vraag 7, mate van confrontatie met dak- en thuislozen
Illustratie
bij gedane aanbevelingen
Als leerlingen aan de Hogeschool Leiden kregen wij als opdracht om, in groepen van zes leerlingen, een nota te schrijven over dak- en thuislozen. Elke dinsdagavond kwam onze groep bij elkaar voor overleg. De opzet van de school was in eerste instantie dat wij een aantal interviews zouden doen onder dak- en thuislozen om vanuit deze casussen een betoog te houden.
Al snel bleek echter dat er logistieke problemen ontstonden door het grote aantal groepen dat op dezelfde wijze onderzoek zou doen. De paar opvangcentra die Leiden kent werden bestormd met vragen. Bewoners en bezoekers van deze instanties werden gevraagd voor de gesprekken. Al tijdens de derde bijeenkomst en nog in de brainstorm periode van onze groep, bleek dat er strubbelingen waren ontstaan tussen leerlingen en de dakloze bewoners. Het probleem werd aan ons voorgelegd en wij hebben daarop een andere oplossing gezocht.
Opzet onderzoek
Als groep besloten wij de opdracht van de individuele casussen los te laten en een meer algemeen onderzoek te houden. Wij bespraken onderling het beeld wat wij als groepsleden zelf hadden van de dak- en thuislozen en kwamen na enige oriëntatie op de literatuur tot de conclusie dat ons beeld grotendeels berustte op vooroordelen. Mede hierdoor werden wij benieuwd naar hoe andere mensen hier over dachten: wat is nou het beeld dat leeft? Vanuit dit idee hebben wij de vraagstelling bedacht die in de inleiding vermeld staat.
Bovenstaand probleem van onderzoek was helaas niet de enige hindernis die wij tegen kwamen. Al gedurende de eerste periode bleek dat we geen homogene groep waren. Verschillen in opvattingen over inzet en afspraken kwamen naar voren en mettertijd ontstond daardoor een achterstand in het onderzoek. Deze achterstand nam ernstige vormen aan toen vier mensen besloten te stoppen met de opleiding, hetgeen onze werkgroep reduceerde tot slechts een derde van de oorspronkelijke bezetting.
De studiebelasting werd duidelijk te hoog en hierdoor zagen wij ons genoodzaakt concessies te doen aan de diepgang van de vraagstelling. In plaats van dieper te kunnen ingaan op de oorzaken van beeldvorming omtrent dak- en thuislozen, hebben wij ons in eerste instantie gericht op de vraag tot in hoeverre het beeld dat leeft bij mensen overeenkomt met de werkelijkheid. De conclusies uit ons onderzoek zijn daardoor oppervlakkiger dan wij ons hadden voorgesteld. Wij zien deze nota dan ook vooral als een vooropzet voor een maatschappelijk onderzoek. Het lijkt ons een interessant onderwerp om te onderzoeken, ook gezien de eerste resultaten die in deze nota zijn weergegeven.
Graag verwijzen wij naar de literatuurlijst voor verdieping van- en toelichting op de in deze nota beschreven onderwerpen.
Allereerst willen wij iedereen bedanken die de tijd heeft genomen om mee te werken aan ons onderzoek door de enquête in te vullen. De tijdsinvestering voor het uitgebreid beantwoorden van alle vragen bleek wat hoger dan in eerste instantie door ons ingeschat. Wij zijn dan ook ontzettend blij met de hoge respons! Verder een woord van dank aan alle mensen die ons via
e-mail, telefoon en/of persoonlijk, informatie en tips hebben gegeven voor ons onderzoek. Reinoud van Leeuwen bedanken wij voor zijn technische ondersteuning. Hij heeft er voor gezorgd dat de ingevulde enquêtes in een database werden verwerkt waardoor het voor ons hanteerbare materie werd. Daarnaast willen we Guido Schoonheim bedanken voor de hulp met de codering van de enquête op internet. Ten slotte nog onze dank aan Hanneke Vermeulen voor haar hulp bij de tekstcorrectie en de opmaak van de website.
Nienke Spaan
Monique Krösschell - van der
Zalm
Leiden, januari 2003
Tijdens onze oriëntatie op de achtergronden van dak- en thuisloosheid, kwamen wij er als groep achter dat de informatie die wij uit de literatuur verkregen, niet correspondeerde met ons individuele beeld van dak- en thuislozen. Mede hierdoor vroegen wij ons af welk beeld andere mensen hebben van deze doelgroep en waardoor dat beeld eventueel positief of negatief beïnvloed wordt. Dit besloten wij te onderzoeken.
Als vraagstelling voor ons onderzoek hebben wij genomen:
· Wat is het beeld dat de samenleving heeft van dak- en thuislozen en tot in hoeverre komt dit overeen met de realiteit?
We beginnen met een analyse van de achtergronden van de problematiek van de doelgroep, de verschillende opvangmogelijkheden, en de demografische en geografische gegevens en voor zover die bekend zijn. De registratie van dak- en thuislozen wordt landelijk ervaren als een probleem. Dit komt doordat het een zogenaamde ‘vlottende populatie’ betreft, met een continue in- en uitstroom. Door deze wisselende aantallen is het moeilijk om juiste getallen te vinden in literatuur en onderzoeken. Voorts is er een grote lappendeken aan soorten opvang en mogelijkheden die, hoewel moeilijk in kaart te brengen, misschien wel als representatief gezien kan worden voor de gemêleerdheid van de doelgroep, die uit een groot aantal verschillende segmenten bestaat. In de literatuur wordt zowel de term “daklozen” als “thuislozen” gehanteerd. In deze nota hebben wij beide benamingen door elkaar gebruikt als zijnde synoniemen. Over het algemeen hebben we de term overgenomen zoals deze in de literatuurbronnen van de desbetreffende stukken staat.
Om helder te krijgen welk beeld er bestaat in de samenleving hebben wij een enquête opgesteld, die door 245 mensen werd ingevuld. Door de geringe tijd en “mankracht” die ons overbleef voor het schrijven van deze nota, hebben wij gekozen voor een zogenaamd haalbaarheidsonderzoek. Hierdoor hebben we geen dwarsdoorsnede van de maatschappij bereikt: er hebben relatief veel hoogopgeleiden meegedaan aan ons onderzoek. Wij hebben de resultaten van de enquête vergeleken met de informatie uit de literatuur en vervolgens verwerkt om tot conclusies te kunnen komen. Per vraag zijn de aantallen en percentages in een tabel weergegeven met daaronder een toelichting. De enquête zelf en een aantal diagrammen van de resultaten zijn als bijlage toegevoegd.
Tenslotte hebben wij de conclusie weergegeven. Wat betreft de verkregen gegevens zijn er buiten de door ons tot nu toe onderzochte situaties, nog vele verbanden te vinden. Het moge dan ook duidelijk zijn dat deze nota slechts een opzet is voor eventueel verder onderzoek!
Bij het onderzoek naar de achtergronden van dak- en thuisloosheid stuitten we telkens weer op de diversiteit aan oorzaken en achterliggende problematiek.Wat maakt een thuisloze nou een thuisloze? ‘Zoveel mensen zoveel verhalen’ leek het en de stelling die Marius Nuy in zijn boek “De odyssee van thuislozen” geeft bevestigt dat. Hij zegt: “De gang naar thuisloosheid verloopt zo persoonlijk als ieders vingerafdruk is. Vrijwel het enige dat thuislozen gemeen hebben, is een diep en soms onvindbaar verlies dat zij niet of moeilijk kunnen herstellen.”[3]
Toch vinden we, ondanks deze grote verscheidenheid, ook overeenkomsten in de literatuur voor de verklaringen van thuisloosheid. Zo lezen we keer op keer dat een thuisloze een jeugd heeft gehad waarin de band met de ouders niet optimaal was. Het ene boek spreekt over een “troebele opvoeding[4]”, het andere over een “instabiele jeugd[5]” en weer een derde over “verwaarlozing[6]”. Wat naar voren komt is dat thuislozen, anders dan mensen met een thuis, een andere manier hebben van omgaan met problemen. Bij een groot gedeelte van de thuislozen komt verslaving voor wat gepaard gaat met financiële problemen. De schatting van aantallen varieert maar lijkt rond de 50% te liggen. Het is echter moeilijk aan te wijzen of die verslaving een oorzaak of een gevolg is van de thuisloosheid. Duidelijk lijkt wel dat thuislozen een aantal overeenkomstige psychologische kenmerken hebben. Een deel van deze overeenkomsten kan worden verklaard door bijvoorbeeld de band met de ouders en/of de mogelijkheid van individuen om zich te binden.
In het boek “Visies op thuisloosheid” typeren de schrijvers thuisloosheid aan de hand van de volgende basiskenmerken van een thuisloze:
v In de eerste plaats is er bij de thuisloze sprake van een fundamenteel wantrouwen, hetgeen wordt gekenmerkt door de volgende aspecten. De thuisloze:
§ wantrouwt zichzelf en anderen, kan daardoor geen relaties aan gaan;
§ heeft een zeer beperkt territorium, dat niet verder reikt dan zijn eigen lichaam;
§ mist bepaalde gevoelens en is niet in staat zich aan mensen te binden of samen te werken met anderen;
§ ervaart intieme emotionele banden als bedreigend;
§ legt oppervlakkige, inwisselbare contacten;
§ vraagt zelden of nooit zelf om hulp, alleen wanneer zijn overlevingskansen in gevaar komen;
§ is extreem alert op vermeend onrecht jegens hem of anderen;
§ is niet in staat conflicten te hanteren, kan relaties niet herstellen
§ is niet spraakvast;
§ kan er niet tegen dat iets schriftelijk wordt vastgelegd en/of gerapporteerd.
v Op de tweede plaats geeft de thuisloze blijk geen besef van een eigen identiteit te hebben. Dit uit zich in de volgende aspecten.
§
De thuisloze heeft geen inzicht in zichzelf;
§ doet aan wishful thinking ten aanzien van persoonlijke relaties, fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar;
§ heeft permanente faalangst, geen hoop op betere tijden;
§ heeft schuldgevoelens, denkt altijd te kort te schieten;
§ heeft een gering onderscheidingsvermogen ten aanzien van verschillen in mensen;
§ handelt vanuit het lustprincipe;
§ is zorgeloos met bezittingen, en is tegelijk materialistisch ingesteld;
§ heeft een zekere drang naar zelfvernietiging zoals verslaving en verwaarlozing ;
§ hongert naar aandacht;
§ heeft slecht ontwikkeld geweten;
§ is niet assertief.
v In de derde plaats vertoont de thuisloze een gedrag dat is te typeren als overlevingsgedrag. Daarbij gaat het onder meer om de volgende aspecten. De thuisloze
§ probeert controle te houden door te observeren, taxeren en manipuleren;
§ praat niet over zichzelf, geeft sociaal wenselijke antwoorden;
§ luistert slecht, geeft beperkte of onjuiste informatie, bagatelliseert zijn klachten;
§ reageert sterk of agressief op lichamelijk contact of medische behandeling, slikt medicijnen uitsluitend zolang hij klachten heeft;
§ breekt behandelingen af;
§ kan niet plannen op korte, en zeker niet op lange termijn;
§ heeft een beperkt maatschappelijk inzicht, geen toekomstperspectief, leeft van dag tot dag;
§ vertoont afwijkend en/of delinquent gedrag als het net goed lijkt te gaan (dwangmatig eten, stelen, vernielen, liegen, provocerend seksueel gedrag, terugval in een verslaving, weglopen, etc).
Aansluitend onderscheiden de schrijvers de volgende typen thuisloosheid, gebaseerd op jarenlange ervaring in de Kessler Stichting. Zij geven deze typen vooral aan om duidelijk te maken dat de benodigde begeleiding en zorgintensiteit binnen de hulpverlening per categorie verschillend is.
1. De thuisloze
2. De thuisloze met verslavingsproblematiek
3. De thuisloze met psychische problemen
4. De thuisloze met gedrags- en aanpassingsstoornissen
5. De thuisloze met een zekere mate van zelfredzaamheid
6. De thuisloze met een zwakke begaafdheid
7. De thuisloze met verzorgingsbehoefte
8. Bewoners met een andere problematiek [7]
In haar boek “Gehechtheid, sociale relaties en thuisloosheid” beschrijft Jeanne Roorda-Honée vier “wegen naar thuisloosheid”. Zij deelt hier de typen thuisloosheid in de volgende categorieën:
1. “Fundamentele thuisloosheid”: Het gaat hier om mensen die nooit echt een “thuis” hebben gehad. Mensen die op jonge leeftijd al (gedeeltelijk) op straat zwerven, hetgeen uiteindelijk uitmondt in chronische thuisloosheid.
2. “Neerwaartse spiraal”: De feitelijke dakloosheid lijkt langer uitgesteld. Deze thuislozen zouden gedurende enige tijd wel relaties, werk en/of een huis hebben gehad. Scheiding, verlies van werk en/of woonruimte wordt door deze groep als reden van thuisloosheid gegeven. Bij nader onderzoek van Roorda-Honée blijkt echter dat er vaak al eerder sprake was van een zwervend bestaan. Deze groep was meestal wat ouder toen zij het thuisloze circuit in kwam.
Voor beide trajecten zou gelden dat er meestal een instabiele jeugd aan ten grondslag ligt met, vaak al vanaf jonge leeftijd, veel verschillende opvoedingsituaties. In beide groepen komt veel drugsverslaving voor. Vermoedelijk begon die verslaving bij de eerstgenoemde groep al op jongere leeftijd.
3. De derde groep gaf in het onderzoek expliciet aan dat zij zonder thuis en dak geraakten na een zeer ingrijpende gebeurtenis, zoals echtscheiding(en), verlies van partner, dood van een kind, dood van ouders of opheffing van het ouderlijk huis en verlies van werk.
4. Thuisloosheid die samenhangt met psychiatrische ziektebeelden.[8]
Uit de vele
onderzoeken blijkt dat ongeveer de helft van de thuislozen problemen heeft met
alcohol. Het gemiddelde over de hele bevolking is 10%. Wat betreft het
drugsgebruik komt men in de
thuislozenzorg, naast het gebruik van alcohol en sigaretten, veelvuldig
het gebruik van “kalmerende drugs” tegen. Hieronder vallen onder andere
tranquillizers, pijnstillers en opiaten. Het meest typerende van verslaving is,
dat er een steeds verdere inperking plaatsvindt van de lichamelijke, psychische
en sociale mogelijkheden van de gebruiker. Men raakt in isolement: het
verkrijgen van de verslavende middelen is het enige belangrijke doel. Over het
algemeen is moeilijk te zeggen of de verslaving een oorzaak van de
thuisloosheid is of juist een gevolg.
Ongeveer de helft
van thuislozen lijdt aan een of andere vorm van psychopathologie. Het betreft
hier voornamelijk affectieve stoornissen, waarbinnen angst en neuroses de
meerderheid vormen. Schizofrenie (vooral paranoia) en depressieve vormen van
stoornissen komt men binnen de thuislozenzorg eveneens vaker tegen dan bij de
rest van de bevolking. Soms zijn deze stoornissen van neurotische aard en soms
zijn ze reactief op bijvoorbeeld een traumatische gebeurtenis. Er komen veel
sociale fobieën voor onder thuislozen en ook het zogenaamde borderline syndroom
wordt vaak genoemd.
Veelal wordt er een
chronische ziekte of handicap geconstateerd bij de dakloze. Over het algemeen
komen ziekten die voornamelijk door het fysisch milieu veroorzaakt worden vaker
voor bij thuislozen dan bij de rest van de bevolking. Dit kan gezien worden als
een gevolg van gedrag en gewoonten als
zelfverwaarlozing. Dit is juist het gedrag dat velen van hen als reactie
op hun situatie en/of als een gebrek aan anticipatie vertonen. Onder de
opgenomen thuislozen wordt een grote mate van immobiliteit geconstateerd. De
oorzaak hiervan kan variëren van reuma en breuken tot bijvoorbeeld verwondingen
en eksterogen.
Zo’n 40% van de
thuislozen wordt bestempeld als verstandelijk gehandicapt. Het merendeel
hiervan is zwakbegaafd. Dat wil zeggen dat zij een IQ hebben tussen de 70-90.
Niet alleen het IQ is echter bepalend, maar vooral het hele maatschappelijke
functioneren. Het betreft hier een gebrek vaardigheden, het niet kunnen omgaan
met anderen, financiële problemen, het niet aankunnen van de werksituatie, de
weg niet weten naar maatschappelijke- en zorginstanties etcetera. Heydendaal
stelt dat thuislozen sociale onvermogens hebben die nauwelijks met
intelligentie te maken hebben. Verder worden de volgende vormen van
relatiestoornissen onder thuislozen opgemerkt: sociale zwakte, sociale
isolatie, te dominant en agressief gedrag en tot slot het haast kinderlijk
afhankelijk opstellen. [9]
Voor alle
bovengenoemde situaties geldt dat ze gezien worden als additionele problematiek
bij thuislozen, die waarschijnlijk wel bijdraagt aan het ontstaan van de
situatie, maar die niet aangewezen kan worden als feitelijke oorzaak van de
thuisloosheid.
Heyendael en Nuy noemen in hun boek “Achtergronden van thuisloosheid” een theorie die zij gebruiken voor een systeemkundige benadering van thuisloosheid. Aan de hand van deze theorie bekijken zij thuisloosheid op macro niveau. Zij menen dat thuisloosheid op macro niveau ten minste de genoemde kenmerken heeft.
Deze theorie noemen zij “gang naar thuisloosheid”. Deze gang naar thuisloosheid ziet er als volgt uit:
- Men is alleenstaand (éénpersoonhuishouden, niet samenwonend)
- Men is zonder werkkring (werkloos, arbeidsongeschikt. met pensioen)
- De combinatie van deze twee sociaal economische factoren leidt tot meer veronderstellingen, die weer leiden tot een verdere uitbreiding van het model namelijk:
- Men heeft flinke problemen op het gebied van huisvesting, financiën en eventuele werkhervatting, al dan niet na om- of bijscholing.
- Deze nog steeds sociaal economische moeilijkheden kunnen in verklarend opzicht leiden tot een sociaal-cultureel probleem:
- Alleenstaand zonder werkkring leidt tot uitstoting door de samenleving; het gaan behoren tot een marginale categorie, door niemand gevraagd worden en, omgekeerd, van niemand iets verwachten. Alleen de hulpverlening is nog ‘gesprekspartner’. Afhankelijkheid dus op het gebied van: geld, huisvesting en eventueel werk. Wanneer ook dat niet lukt, wordt dit meestal verklaard door sociaal psychologische factor:
- Verlies van of het niet meer in stand houden van een sociaal netwerk (verlies van collega’s, van vrienden, van steun door familie)
- De factor alleenstaand zonder werkkring krijgt het karakter van alleen zijn en eenzaamheid. Dit wordt vaak gekenmerkt door gevoelens van machteloosheid en doelloosheid. Deze fase kan vervolgens leiden tot de volgende situaties of problemen:
- Verslaving aan alcohol, drugs, gokken, medicijnen
- Psychische ontreddering, met mogelijke ernstige stoornissen
- Lichamelijke verwaarlozing, met mogelijk veel ziektes, vaak van chronische aard
Uiteindelijk – zo is het causaal macrodiagram opgezet – leidt dit alles tot een combinatie van sociaal-economische, culturele, psychologische en medische problemen, die mogelijk, en in sommige gevallen direct, leidt tot thuisloosheid.[10]
In het boek “Visies op thuisloosheid” wordt onder het kopje “Enkele definities en kenmerken”, gerefereerd aan een Amerikaans tijdschrift over thuisloosheid. Uit dit tijdschrift zou blijken dat men willen oppassen voor “victim-blaming”: “Door de aandacht te richten op persoonlijke kenmerken van thuisloosheid is het risico groot, dat de maatschappelijke oorzaken die leiden tot deze problemen, genegeerd worden of onvoldoende aandacht krijgen.” Vanuit die visie wordt er ook gekeken naar thuisloosheid als het resultaat van een falende samenleving waarin er een te kort is aan woonruimte, adequate voorzieningen etc.[11] Wij zullen daarom, naast de eerdergenoemde persoonlijke kenmerken van dak- en thuislozen, ook aandacht besteden aan de omstandigheden en opvangmogelijkheden in Nederland.
Wie eenmaal dakloos raakt bevindt zich in een lastig parket. Ondanks de acute situatie en de grote nood van de dak- en thuislozen, moeten zij toch de gewone procedure voor het verkrijgen van woonruimte volgen. Doordat zij geen vast adres of postadres hebben, ontvangen zij een brief met een woningaanbod of verlenging van de inschrijving niet. Ook ontbreekt het hen vaak aan financiële middelen om de eerste maand huur, het inschrijfgeld of de borg te betalen: doordat dak- en thuislozen nauwelijks een inkomen uit werk hebben, moeten zij voornamelijk leven van een uitkering. Door het gebrek aan een ruimer inkomen, kunnen zij weinig aanspraak maken op een woning. Zij bevinden zich vaak in een vicieuze cirkel en het is heel moeilijk om hieruit te komen.
Een aantal mensen wordt dakloos na een huisuitzetting. Woningcorporaties informeren meestal naar de verhuisreden. Wanneer zij van een uitzetting op de hoogte zijn, zijn zij terughoudend in het opnieuw toewijzen van een woning. In de particuliere markt is het ook moeilijk om een woning te bemachtigen. Verhuurders verlenen niet graag huisvesting aan personen met een “negatief sociaal profiel”. Dak- en thuislozen worden daardoor vaak verdrongen door andere categorieën woningzoekenden.
Een aantal thuislozen vindt via kennissen, kamerbemiddelaars of louche verhuurders weer woonruimte. De woonomstandigheden van deze groep daklozen, die een kamer hebben in onderhuur of inwonen bij iemand anders, worden gekenmerkt door een grote mate van afhankelijkheid van anderen. Daarnaast is deze groep vaak rechteloos. Zij maken nauwelijks aanspraak op de juridische rechten die zij formeel hebben. (Spierings. 1993). Doordat zij zo’n kwetsbare positie innemen, is de kans groot dat zij eenmaal verkregen woonruimte weer verliezen.
Een groot aantal thuislozen woont in particuliere logementen en pensions. (Heydendael e.a.) Als gevolg van stadsvernieuwingsprojecten en aangescherpte brandveiligheidseisen zijn de afgelopen jaren veel niet reguliere pensions en logementen verdwenen, evenals sloop- en renovatiepanden, waar daklozen onderdak vonden. Dit zou een van de oorzaken kunnen zijn voor het feit, dat men meer dak- en thuislozen op straat aantreft. [12]
Als thuislozen er niet in slagen om woonruimte te vinden zoekt een aantal van hen naar andere mogelijkheden, zoals het wonen in een kraakpand of een geïmproviseerd hutje in een park. Sommigen laten zich voor korte of langere tijd opnemen in instituties, zoals internaten voor dak- en thuislozen, pensiontehuizen, verslavingsklinieken of psychiatrische centra, kloosters, alternatieve woonwerkgemeenschappen en religieuze leefgemeenschappen. Zelfs een verblijf in de gevangenis kan een alternatief zijn voor het leven op straat. Dit gebeurt veelal als zij mentaal en fysiek minder opgewassen zijn tegen het daklozenbestaan. Ze komen in dergelijke instanties weer tot rust en gaan daarna weer de straat op.
Door
hun levenswijze bevinden dak- en thuislozen zich vaak in openbare ruimten,
zoals spoorwegstations, postkantoren, horecagelegenheden, overdekte
winkelcentra, parken en pleinen. Het beleid van de steden is er echter op
gericht dak- en thuislozen uit het straatbeeld te weren. De openbare ruimte
staat steeds meer onder toezicht van bewakingsdiensten, politieagenten,
stadswachten en portiers. Het gevolg hiervan is dat de bewegingsvrijheid van de
dak- en thuislozen wordt ingeperkt. In de zomer wordt er in steden in de open
lucht veel georganiseerd. Vooral tijdens festivals, vrijmarkten en
openluchtconcerten gaan de daklozen op in de massa en vallen zij niet op. In de
winter hebben zij het moeilijker. Dak- en thuislozen zijn steeds op zoek naar
ruimten waar zij de dag en de nacht kunnen doorbrengen. Een verscherpte
controle van de vervoersmaatschappijen op plaatsbewijzen kan ook zijn invloed
hebben op de mogelijkheden van de dak- en thuislozen om zich te verplaatsen.[13]
Opvang voor dak- en thuislozen gebeurt zowel gesubsidieerd als ongesubsidieerd. Op de particuliere instellingen is weinig zicht: zij zijn niet landelijk in kaart gebracht. De gesubsidieerde opvang bestaat uit verschillende vormen die ondergebracht zijn bij twee landelijk overkoepelende organen: “De Federatie Opvang” en de “Evangelische Opvang”.
Vroeger ontvingen deze instellingen hun subsidies rechtstreeks van het rijk. Tegenwoordig wordt het geld vanuit het rijk verdeeld over 43 zogenaamde centrumgemeenten. Deze centrumgemeenten zijn verantwoordelijk voor een regio. Zij subsidiëren de verschillende opvangcentra en dragen verantwoordelijkheid voor het beleid in hun regio. Zij maken onderscheid tussen zogenaamde maatschappelijke opvang en vrouwenopvang (voor bijv. mishandelde vrouwen). Deze twee vormen van maatschappelijke vormen worden los van elkaar gezien in registratie en krijgen ook apart subsidie.
In het overzicht van wet- en regelgeving van het ministerie van SZW staat hierover het volgende:
“In de welzijnswet zijn financiële middelen vrijgemaakt
voor preventie, behandeling, opvang en herstel van personen in de
maatschappelijke opvang, de vrouwenopvang en de verslavingszorg. Deze middelen
zijn samengevoegd in de zogenaamde specifieke uitkeringen die worden uitgekeerd
aan de centrumgemeenten om hen in staat te stellen de regierol met betrekking
tot ambulante verslavingszorg,
maatschappelijke opvang en vrouwenopvang te vervullen. Uit deze middelen
kunnen activiteiten met betrekking tot preventie, behandeling opvang en herstel
worden betaald waaronder sociale activering en dagbesteding.” [14]
In opdracht van het ministerie is een monitor ingesteld.
Het Trimbosinstituut en het adviesbureau VGN brengen de opvanginstellingen, de
aanmeldingen en afwijzingen en het gemeentelijk beleid in kaart om zo een beter
inzicht te verkrijgen in de juiste afstemming van vraag en aanbod. Het
rapport van dit onderzoek wordt verwacht in 2004.
Mensen die niet meer thuis
kunnen of willen wonen omdat ze bijvoorbeeld geestelijke, financiële of
relationele problemen hebben, moeten ergens anders opgevangen worden. Als er
geen opvang binnen de eigen sociale situatie mogelijk is, komen deze mensen
terecht bij de maatschappelijke opvang. Naast de ‘reguliere’ dak- en thuislozen
gaat het ook om mishandelde vrouwen (en hun kinderen), mensen in een psychische
crisis of zwangere tieners. Behalve opvang bieden de medewerkers van de maatschappelijke opvang ook zorg en
psychosociale hulp. De opvangcentra zijn 24 uur per dag en zeven dagen per week
bereikbaar. De meeste opvangcentra zijn wat betreft levensbeschouwing neutraal.
Er zijn wel enkele evangelische opvangcentra.[15]
Dak- en thuislozen kunnen op diverse plaatsen, vooral in de grote steden, terecht voor opvang, verzorging en begeleiding. Er zijn locaties waar een beperkt aantal nachten een bed, maaltijd en wasgelegenheid geboden wordt, maar ook voorzieningen voor bijvoorbeeld dagbesteding, verzorging en verpleging.[16]
De verschillende opvangmogelijkheden
Iedereen die plotseling zijn huis ontvlucht, kan terecht in een crisisopvangcentrum. De opvangduur kan variëren van een dag tot zes weken. Daarna moet er een andere verblijfplaats gevonden zijn. De meeste opvangcentra staan open voor iedereen, maar er zijn er ook aantal die zich op een bepaalde doelgroep richten, bijvoorbeeld op vrouwen of jongeren.[17]
Voor een aantal nachten kunnen dak- en thuislozen terecht bij passantenverblijven, sleep-inns of slaaphuizen. Van deze voorzieningen maken voornamelijk oudere thuislozen gebruik. Tegen een vergoeding krijgt men een bed, een douche en een plaats om kleding te wassen. In deze voorzieningen geldt het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”. Vandaar de rijen voor de slaaphuizen als ze open gaan. Overdag mogen mensen geen gebruik maken van het slaaphuis en moeten ze elders een heenkomen zoeken.[18]
De maatschappelijke opvang van het Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg omvat diverse hulpverleningvormen zoals: vrouwenhulpverlening, passantenopvang, zorg en begeleiding van thuislozen die soms psychiatrische problemen hebben of ziek zijn, crisisopvang en begeleid wonen. De opvang varieert van 24-uurs begeleiding tot begeleiding op afstand. Naast de reguliere opvang van dak- en thuislozen heeft de Stichting Leger des Heils Welzijn- en Gezondheidszorg speciale projecten voor zwerfjongeren en tienermoeders. In nauwe samenwerking met de reclassering Leger des Heils vindt er ook (preventieve) woontraining plaats van (ex) delinquente jongeren. Speciale aandacht gaat uit naar (kleine) kinderen die met hun ouders in de maatschappelijke opvang terechtkomen.[19]
Het Leger des Heils ziet als christelijke organisatie een taak om zich naast hulpverlening ook actief bezig te houden met vraagstukken over normen en waarden en met name de dialoog te stimuleren rond de zin van het leven. De Bijbel is voor de medewerkers van het Leger des Heils een leidraad bij het zoeken naar antwoorden.[20]
Internaten voor dak- en thuislozen bieden laagdrempelige opvang aan mensen die door een crisis- of conflictsituatie geen dak boven hun hoofd hebben, en niet terecht kunnen in andere voorzieningen. De voorziening wordt daarom wel aangeduid als een “laatste vangnet”. Behalve onderdak, kunnen bewoners er hulp en begeleiding krijgen bij de aanpak van hun problemen. Er vindt in toenemende mate sociale activering plaats, men probeert bewoners toe te leiden naar (vrijwilligers) werk, of een andere vorm van dagbesteding. Van behandeling in de zin van formele therapeutische hulp is in de internaten geen sprake.[21]
In sociale pensions kunnen dak- en thuislozen met een psychiatrische achtergrond terecht. Deze dienstencentra bieden de gelegenheid om te wassen en post te ontvangen. Bovendien bieden ze hulp bij het regelen van financiële en juridische zaken, een woning, werk of schuldsanering.[22]
Vrouwen die vanwege een crisissituatie hun huis zijn ontvlucht, kunnen een tijdelijke plaats krijgen in een Blijf-van-mijn-lijfhuis of FIOM-huis. Hier is ook kinderopvang aanwezig. De hulpverlening is er op gericht de crisis weg te nemen en de vrouw naar een goede vervolgsituatie te begeleiden.Veel vrouwen die bij een vrouwenopvangcentrum aankloppen zijn mishandeld of seksueel misbruikt. Om redenen van veiligheid hebben de opvangcentra een geheim adres.Vrouwen verblijven er soms een dag, soms langer dan zes maanden.[23]
Begeleid wonen is een vorm van opvang waarbij geen sprake van een crisis meer is. Mensen krijgen hier praktische hulp om te leren weer zelfstandig te wonen. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze moeten omgaan met geld, hoe ze moeten koken, en waar ze terecht kunnen voor werk. Na een bepaalde periode moet de bewoner op eigen benen verder in een eigen woning.
Omdat
het aantal van thuislozen de laatste jaren gestaag lijkt te groeien is de
GG&GD Flevoland een project begonnen om dakloosheid te voorkomen. Het
betreft hier een samenwerkingsverband tussen verschillende zorgaanbieders
waaronder woningcorporaties, politie, GG&GD, en maatschappelijk werk. Men
probeert hierbij
in
contact te komen met de grote groep mensen die niet bereikt leek te worden, de
zogenaamde “risicogroep”. Er is een meldpunt
“vervuiling, verwaarlozing en mishandeling” ingesteld. De hulpverlening
treedt binnen 24 uur na een melding in contact met personen in crisissituaties
om deze in een vroeg stadium op te lossen.
Dit project is sinds enige tijd actief en behaalt goede resultaten. Momenteel wordt de situatie in verschillende regio’s in kaart gebracht. Naar verwachting zullen er meer van dergelijke projecten worden opgestart.
In Nederland zijn ongeveer 20.000 personen[24] dak- en thuisloos. Heydendael cum suis noemen het aantal van 30.000, onder meer omdat zij ook de “randgevallen” meetellen: mensen die nog net een dak bovenhun hoofd hebben, maar toch onder minimale omstandigheden leven.. Landelijk gezien gaat het om 0.2 % van de bevolking. De verschillen in uitkomsten tussen diverse studies lijken vooral verklaard te worden door verschillen in definitie en onderzoeksmethode.
Het merendeel van de dak- en thuislozenpopulatie bestaat uit alleenstaande mannen van Nederlandse afkomst. Personen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar zijn oververtegenwoordigd. De gemiddelde leeftijd van tehuisbewoners ligt echter aanzienlijk hoger dan die van de gehele groep.Vrouwen zouden 15 á 20 % van deze bevolkingsgroep uitmaken. Hierbij worden vrouwen die in specifieke vrouwenopvangcentra verblijven meestal niet meegeteld.[25]
Diverse categorieën vrouwen doen een beroep op de vrouwenopvang; Uit gegevens van de Federatie Opvang (1996) blijkt dat in 1995 14.000 vrouwen zich aangemeld hebben bij FIOM-huizen en vrouwenopvangcentra en 9.000 bij Blijf van mijn Lijf-huizen. In veel gevallen zijn er ook anderen bij de aanmelding betrokken. Meestal zijn dit de kinderen. Als we de kinderen meetellen komen we op de volgende getallen: bij FIOM-huizen en vrouwenopvangcentra hebben zich in 1995 ongeveer 29.000 vrouwen en kinderen aangemeld en bij de Blijf van mijn Lijf-huizen bijna 18.000.
Recent onderzoek[26] toont aan dat de financiële situatie van dak- en thuislozen over het algemeen slecht is. Het overgrote deel van de dak- en thuislozen is werkloos en moet rondkomen van een uitkering (zoals WAO, AWBZ, Ziektewet en AWW) of heeft helemaal geen bron van inkomsten. Thuislozen die in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering, blijken nadat de eigen bijdragen aan de pensionprijs is afgedragen, ongeveer 180,- euro per maand te kunnen besteden als zakgeld of kleedgeld. Overigens kan de uitkering aan dak- en thuislozen per gemeente verschillen. Mede hierdoor wordt er vaak een “trek” opgemerkt van thuislozen die naar “financieel gunstigere” gemeenten trekken.
Afhankelijk van de gekozen onderzoeksmethoden, zouden tussen de 5.000 en 15.000 thuislozen met (ernstige) psychiatrische stoornissen te maken hebben. De Gezondheidsraad schat dat een kwart tot de helft van de thuislozen betreft. De Nationale Raad voor de Volksgezondheid raamde dit in 1993 op 30 á 75% en de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg noemt het aantal van 3.000 tot 6.000 personen.
De meeste vrouwen die verblijven in de instellingen voor vrouwenopvang zijn tussen de 20 en 40 jaar oud. Van de vrouwen in de FIOM-huizen en vrouwenopvangcentra is de helft allochtoon: 12% is geboren in Suriname, 9 % in Marokko en 4 % in Turkije.
De vrouwen in Blijf van mijn Lijf-huizen zijn in 45 % van de gevallen allochtoon:
9 % is geboren in Suriname, 8 % in Marokko, en 6 % in Turkije. Eenderde van de vrouwen heeft voor opname in het opvangcentrum een bijstandsuitkering. Bijna een vijfde heeft geen inkomstenbron: iets minder dan een zesde heeft een inkomen via de partner of ouders en ruim 10% verkrijgt inkomen uit arbeid.[27]
Schattingen omtrent het aantal thuisloze jongeren in Nederland lopen uiteen van 3.500 tot 10.000 personen.[28] Het NPZ gaat uit van ongeveer 7.000 thuisloze jongeren ( 75% jongens en 25 % meisjes). In de definitie die het NPZ hanteert gaat het om jongeren tussen 12 en 25 jaar, die weggelopen zijn of door familie of partner op straat gezet zijn, geen stabiele woon- of verblijfplaats hebben, of in (kortdurende/ langdurende) opvang verblijven. Het grootste deel van de thuisloze jongeren is rond de 18 jaar. Er worden nauwelijks thuisloze jongeren onder de 15 aangetroffen. Ongeveer de helft van de jongeren heeft een allochtone achtergrond, wat betekent dat tenminste één van beide ouders in een niet-westers land geboren is.
In ons onderzoek naar dak- en thuislozen hebben we gekozen voor de volgende vraagstelling:
- Wat is het beeld dat de maatschappij heeft van de dak- en thuislozen en tot in hoeverre komt dit beeld overeen met de realiteit?
We
wilden een representatief beeld krijgen van de meningen en gedragingen van de
maatschappij tegenover dak- en thuislozen. Om op deze vraag een juist antwoord
te krijgen zou men een breed maatschappelijk onderzoek moeten uitvoeren. Wegens
de beperkte beschikbare tijd hebben wij gekozen voor een
“haalbaarheidsonderzoek”
We
hebben gebruik gemaakt van een enquête,
en om zo snel mogelijk een grote groep te bereiken hebben we gekozen voor verschillende manieren om de enquête te
verspreiden. Naast de gebruikelijke papieren versie hebben we een versie in
MS-Word gemaakt, die na invulling teruggemailed kon worden en hebben we de
enquête op een webpagina op Internet gezet. De webpagina hebben we voorzien van
“Nedstat Basic” waardoor te zien is hoeveel mensen de site bezocht hebben.
Om
te zorgen dat een enquête bruikbare informatie oplevert moet hij aan een aantal
criteria voldoen. De enquête moet:
·
objectief en
onbevooroordeeld worden opgesteld
·
duidelijk en
ondubbelzinnig zijn
·
vergelijkbare
antwoorden opleveren
·
systematisch worden
afgenomen
·
motiveren tot
beantwoorden
·
precies naar datgene
vragen wat wordt bedoeld
De
in de enquête gestelde vragen dienen om het beeld dat de maatschappij heeft van
dak- en thuislozen op de volgende wijze te polsen:
Vraag
1 tot en met 5 zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de achtergrond en
maatschappelijke positie van de respondent, zodat we naderhand eventueel
verbanden kunnen leggen tussen verschillen van meningen van respondenten aan de
hand van bijvoorbeeld opleiding, woonplaats of leeftijd.
Bij
vraag 6 en 7a wordt naar de mate van confrontatie met dak- en thuislozen
gevraagd. Hierbij willen we onderzoeken of de mate van confrontatie invloed
heeft op het beleid van de respondenten.
Vraag
7b en 10 zijn open vragen, hierbij kan de respondent wat meer informatie kwijt
wat betreft argumentatie.
Voor
het overige hebben we gebruik gemaakt van gesloten vragen, waarbij de
respondent alleen gestandaardiseerde antwoorden hoeft aan te kruisen. Met dit
soort vragen is goede, feitelijke informatie te verkrijgen.
Een
aantal vragen is bedoeld om de meningen van de respondenten te staven aan de
informatie die wij in de literatuur gevonden hebben (vraag 13 en 16
bijvoorbeeld).
Na
formuleren van de vragen hebben we de enquête eerst op enkele personen
uitgeprobeerd om eventuele onduidelijkheden tot een minimum te beperken.
Uiteraard
hebben we aangegeven dat gegevens anoniem zullen worden verwerkt!
Het
uiteindelijke doel van de enquête is het rapporteren van de onderzoeksresultaten.
De
volgende punten zijn voor de verslaglegging van belang;
·
hoeveel
enquêteformulieren zijn er binnengekomen
·
uitslagen zowel in
absolute getallen als in percentages
·
het gebruik van
grafieken of een diagram
·
de uiteindelijke
conclusie[29]
In totaal zijn er 245 enquêtes ingevuld waarvan 201 op internet en 44 op papier die later zijn ingevoerd. Van de MS-Wordversies is eigenlijk geen gebruik gemaakt door de geënquêteerden. Op 27november werd de internetversie offline gehaald en zijn we gestopt met enquêteren.
Na het bekijken van de binnengekomen enquêtes bleken we 239 bruikbare versies te hebben ontvangen. Zes enquêtes zijn afgevallen doordat ze onvolledig ingeleverd waren (er waren meer dan twee vragen blanco gebleven). De resultaten van de bruikbare enquêtes zijn via een script ingevoerd in het programma Access om zo tot een vergelijking van waarden en verwerking van de antwoorden te kunnen komen.
De middels de enquête verkregen gegevens zijn hieronder weergegeven. Voor de tabellen geldt dat de responsies in zowel aantallen als percentages zijn weergegeven. Van een aantal gegevens zijn cirkeldiagrammen gemaakt die in de bijlage te vinden zijn.
1) Wat
is uw leeftijd?
|
leeftijdscategorie |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Jonger dan 20 jaar |
22 |
9 |
|
20-30 jaar |
107 |
45 |
|
31-40 jaar |
51 |
21 |
|
41-50 jaar |
22 |
9 |
|
51-60 jaar |
18 |
8 |
|
61-70 jaar |
13 |
5 |
|
Ouder dan 70 jaar |
6 |
3 |
2) Wat is uw geslacht?
|
Geslacht |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Man |
128 |
54 |
|
Vrouw |
111 |
46 |
|
Totaal |
239 |
100 |
3) Wat
is uw woonplaats?
|
woonplaats |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Amsterdam |
66 |
28 |
|
Leiden |
33 |
13 |
|
Voorschoten |
27 |
11 |
|
Katwijk |
17 |
6 |
|
Rotterdam |
15 |
23 |
|
Den Haag |
7 |
3 |
|
Haarlem |
6 |
3 |
|
Delft |
6 |
3 |
|
Overig |
64 |
27 |
|
Totaal |
239 |
100 |
We hebben gekozen om de woonplaatsen die door zes of meer respondenten genoemd werden, weer te geven in bovenstaande tabel. Omdat de andere woonplaatsen, die door vijf of minder respondenten per plaats genoemd werden zeer divers waren, hebben wij dat aantal opgeteld en genoemd onder “overig”.
4) Wat
is de hoogste opleiding die u afmaakte?
|
Hoogste opleiding |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Lagere school |
9 |
4 |
|
LBO |
5 |
3 |
|
MAVO |
12 |
5 |
|
VBO |
4 |
2 |
|
MBO |
44 |
18 |
|
HAVO |
25 |
10 |
|
VWO |
50 |
21 |
|
HBO |
44 |
18 |
|
WO |
33 |
14 |
|
anders |
13 |
5 |
|
totaal |
239 |
100 |
5) Heeft u een beroep, zo ja welk?
Er zijn 64 respondenten die hebben ingevuld
dat zij geen beroep hebben en hierbij geen toelichting gegeven. De beroepen van
de 175 respondenten die aangaven dat ze wel een beroep hebben, waren zo divers
dat we de specificaties als bijlage (blz 35, 36) hebben bijgevoegd voor de
geïnteresseerden. Wat opvalt is dat van onze respondenten zo’n 46 mensen
werkzaam zijn in de ICT-branche, in beroepen variërend van programmeur tot
helpdesk-medewerker. Ongeveer 40 respondenten zijn werkzaam in de zogenaamd
“sociale beroepen”, variërend van maatschappelijk werk, hulpverlener en
advocaat tot huisvrouw.
6) heeft u op een of andere wijze te maken
(gehad) met dak- en thuislozen? (meerdere antwoorden mogelijk)
|
confrontatie |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Ja, privé |
28 |
12 |
|
Ja, via werk of studie |
45 |
19 |
|
Ja, in woonomgeving |
105 |
44 |
|
Ja, anders |
31 |
13 |
|
nee |
77 |
32 |
Bij “anders” gaven een aantal respondenten als toelichting: “op straat”, “op stations”, “tijdens het winkelen” en “als vrijwilliger werkzaam bij de doelgroep”.
7) Hoe
vaak wordt u (omdat u ze bijvoorbeeld tegenkomt op straat) geconfronteerd met
dak- en thuislozen?
|
Mate van confrontatie |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Dagelijks |
51 |
22 |
|
Enige malen per week |
86 |
36 |
|
Eén keer per week |
20 |
8 |
|
Enkele keren per maand |
36 |
15 |
|
Eén keer per maand |
8 |
3 |
|
Minder dan één keer per maand |
28 |
12 |
|
Nooit |
5 |
2 |
|
anders |
5 |
2 |
Opvallend is dat 77 respondenten bij vraag 6 (op een of andere wijze te maken gehad…. ) “nee” hebben geantwoord, terwijl zij bij vraag 7 ( hoe vaak) niet hebben gekozen voor het antwoord “nooit” en wél een mate van confrontatie invullen! Wij denken dat vraag 6 (heeft u er op de een of andere wijze mee te maken gehad), misschien door veel mensen geïnterpreteerd is in de zin van (zeer) persoonlijke ervaringen of ervaringen die meer dan een ontmoeting in houden.
7 a) Is
dit in uw eigen woonplaats of elders?
|
Waar zie je ze? |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
In eigen woonplaats |
109 |
46 |
|
Elders |
54 |
22 |
|
In eigen woonplaats als elders |
72 |
30 |
|
Blanco |
4 |
2 |
Op andere plaats dan woonplaats werd onder meer genoemd; “in de stad”, “rond stations”, en “overal, als je ze weet te herkennen”!
7 b)
Maakt het voor uw gevoel/reactie verschil waar u de dak- of thuisloze
tegenkomt?
|
Locatie confrontatie |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Ja |
77 |
32 |
|
Nee |
154 |
64 |
|
anders |
8 |
4 |
Onder
“anders” waren vijf respondenten die
niets invulden. De andere drie gaven aan: “minder prettig in een stille
omgeving”, “niet prettig op station en parkeerplaatsen” en een paar
respondenten gaven aan door het gedrag en voorkomen van dak- en thuislozen zich
niet veilig te voelen op straat.
8) Hoe denkt u dat het
percentage mannen tot vrouwen zich verhoudt onder de dak- en thuislozen?
|
Verhouding |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Mannen 20% vrouwen 80 % |
4 |
2 |
|
Mannen 50% vrouwen 50 % |
11 |
5 |
|
Mannen 60% vrouwen 40% |
102 |
43 |
|
Mannen 80% vrouwen 20% |
120 |
49 |
|
Blanco |
2 |
1 |
Een percentage van 92 % van de respondenten is van mening dat er meer mannen dan vrouwen thuisloos is, bijna de helft (49%) geeft de juiste verhouding aan.
9) Als
u een dak- of thuisloze tegen zou komen
op straat:
|
ontmoetgedrag |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Negeert u hem/haar |
74 |
31 |
|
Beantwoordt vragen maar kapt een gesprek af |
114 |
48 |
|
Gaat u in gesprek |
28 |
12 |
|
Bent u bang |
2 |
1 |
|
anders |
21 |
9 |
10) Wat
gaat er door u heen als u denkt aan dak- en thuislozen?
“Hoe heeft het zover kunnen komen” : 31 respondenten
“Medelijden, triest, sneu, erg, zielig, vreselijk” : 78 respondenten
“Kan iedereen overkomen” : 7 respondenten
“Eigen schuld, eigen keus, in Nederland niet nodig” : 26 respondenten
“Niets, niet veel, niets bijzonders” : 17 respondenten
Negatieve gevoelens variërend van “vies, bedelen, junks, alcoholisten” : 26 respondenten
“Falen van de overheid, gebrek aan hulpverlening, gevolg samenleving” : 18 respondenten
Een aantal respondenten heeft combinatie van bovenstaande antwoorden gegeven!
11)
Ondersteunt U wel eens een dak- of thuisloze door: (meerdere antwoorden
mogelijk)
|
Ondersteuning |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Gehoor geven aan bedelen |
73 |
31 |
|
Kopen straatkrant |
149 |
62 |
|
Anders |
47 |
20 |
|
Nee |
56 |
23 |
Als andere ondersteuning noemen de meeste respondenten dat ze de dak-
en thuisloze op de een of andere wijze ergens van voorzien (eten, drinken,
spullen etc). Enkele respondenten hebben hier ingevuld dat ze bijvoorbeeld een
gesprek aangaan met de dak- en thuisloze.
12) Vindt u dat er voldoende opvang is voor dak-en thuislozen?
|
Voldoende opvang |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Ja |
22 |
9 |
|
Nee |
71 |
30 |
|
Kan beter |
43 |
18 |
|
Weet niet |
103 |
43 |
13)
Welke vormen van opvang kent u voor dak- en thuislozen? (meerdere antwoorden
mogelijk)
|
Vormen opvang |
|
|
|
aantal |
% |
|
|
Leger des Heils |
230 |
96 |
|
Federatie Opvang |
6 |
2 |
|
Vrouwenopvang |
88 |
37 |
|
Blijf van mijn lijf huizen |
145 |
61 |
|
Kerken |
141 |
59 |
|
Pensions |
76 |
32 |
|
Slaaphuizen |
146 |
61 |
|
Nachtopvang |
176 |
74 |
|
Dagopvang |
101 |
42 |
|
Crisisopvang |
20 |
8 |
|
Anders |
19 |
8 |
Opvallend is dat de Federatie Opvang maar bij 6 respondenten bekend is, in alle gevallen via werk, studie en een privé ervaring met de doelgroep.
14)
Denkt u dat er aan de dak- en thuislozen een vergoeding wordt gevraagd voor de
opvang?
|
vergoeding |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Ja |
134 |
56 |
|
Nee |
39 |
16 |
|
Weet niet |
34 |
14 |
|
Anders |
25 |
10 |
|
Blanco |
7 |
4 |
Bij anders wordt genoemd; “indien mogelijk” of “soms wel soms niet”!
15 Vind u dat dak- en thuisloos zijn een keuze
is?
|
Eigen keuze |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Ja |
70 |
30 |
|
Weet niet |
58 |
24 |
|
Nee |
99 |
41 |
|
Anders |
9 |
4 |
|
blanco |
3 |
1 |
Er zijn 51 respondenten die een toelichting op hun antwoord hebben gegeven. Zij geven bijvoorbeeld aan dat het “soms wel, soms geen keus is” of “dat het vooral afhankelijk is van de persoonlijke omstandigheden”. In alle gevallen bleek uit de toelichting dat zij hun antwoord niet op alle situaties van dakloosheid toepasbaar vonden.
15 a )
Denkt u dat gedwongen hulpverlening aan dak- en thuislozen een oplossing is?
|
Gedwongen hulpverlening |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Ja |
54 |
23 |
|
nee |
130 |
54 |
|
Weet niet |
51 |
21 |
|
blanco |
4 |
2 |
Toelichtingen die verder zijn gegeven zijn:
“Moet per geval bekeken worden, soms wel soms niet” : 27 respondenten
“Je kunt mensen niet dwingen; als ze zelf niet willen lukt het niet; mensen
zijn niet gemotiveerd; ben tegen gedwongen hulpverlening” : 25 respondenten
“Gedwongen alleen in bepaalde situaties en voor bepaalde (vaak psychiatrische)
gevallen” : 15 respondenten
“Nee, want het is een eigen, bewuste keuze” : 17 respondenten
“Niet dwingen, maar wel meer stimuleren, meer hulp aanbieden” : 8 respondenten
16) Grootste oorzaak van
dak- en thuisloosheid
|
Grootste oorzaak |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Gedrags-aanpassing problemen |
13 |
5 |
|
Schulden |
51 |
21 |
|
Verslavingsproblematiek |
156 |
65 |
|
Anders |
3 |
1 |
|
Blanco |
16 |
7 |
Als overige oorzaken worden onder meer genoemd; “relatieproblemen”, “vrije wil”, “maatschappelijke factoren”.
Mogelijke oorzaken dak- en
thuisloosheid
|
Mogelijke oorzaken |
|
|
|||||
|
Aantal |
% |
|
|||||
|
verslavingsproblematiek |
178 |
23 |
|
||||
|
zwakke begaafdheid |
79 |
10 |
|
||||
|
psychische problematiek |
172 |
23 |
|
||||
|
financiële problematiek (schulden) |
150 |
20 |
|
||||
|
Gedrag- aanpassing problemen |
135 |
18 |
|
||||
|
ziekte |
44 |
6 |
|
||||
|
|
|
||||||
|
|
|
|
||||||
17)
Denkt u dat dak- en thuisloosheid in de toekomst zal toenemen?
|
toename |
|
|
|
Aantal |
% |
|
|
Ja |
151 |
63 |
|
nee |
18 |
8 |
|
Weet niet |
70 |
29 |
Toelichting:
“Toename door verslechtering economie” : 24 respondenten
“Toename door beleid, verharding van de maatschappij, hoge eisen” : 35 respondenten
“Toename door geldproblemen” : 26 respondenten
“Toename door bezuinigingen en verdwijnen verzorgingsstaat” : 8 respondenten
“Toename door woningproblemen” : 5 respondenten
“Toename door groei bevolking, meer vluchtelingen asielzoekers” : 6 respondenten
Vergelijking resultaten van de enquête met
de literatuur (overeenkomsten en tegenstrijdigheden)
Het eerste dat opvalt is dat het beeld wat mensen hebben over de sekseverdeling van de dak- en thuislozenpopulatie grotendeels klopt met de werkelijkheid. Ruim negentig procent van de respondenten geeft aan te denken dat er meer mannen dan vrouwen dakloos zijn. Meer dan helft van deze negentig procent geeft aan dat de verdeling 80%-20% zou zijn hetgeen kloppend is met de cijfers uit de literatuur. Vijf procent gaf aan te denken dat de man-vrouw verhouding onder de doelgroep gelijk zou zijn en slechts twee procent verkoos de optie 20% mannen en 80% vrouwen. Overigens blijkt uit recente onderzoeken dat de man-vrouw verhouding aan het verschuiven is omdat het aantal vrouwen in de doelgroep lijkt toe te nemen.
Dertig procent van de respondenten is van mening dat er onvoldoende opvangmogelijkheden zijn voor thuislozen en 18 procent geeft aan dat de opvang verbeterd kan worden. Deze meningen corresponderen eveneens met de werkelijke situatie. Uit de cijfers blijkt namelijk dat er nog een groot aantal dak- en thuislozen zonder opvangmogelijkheden is.
Bij de vraag welke vormen van opvang bekend is het opmerkelijk te noemen dat slechts zes mensen aangeven de Federatie Opvang te kennen, terwijl dit het grootst overkoepelende orgaan is van de maatschappelijke opvang. Hiernaast blijkt dat deze zes personen de Federatie Opvang kennen via werk, studie of privé. Het Leger des Heils geniet aanzienlijk verreweg de meeste bekendheid, namelijk 96%! Ook kerken, slaaphuizen en nachtopvang worden door meer dan de helft van de respondenten genoemd als bekende opvangmogelijkheden.
Ruim de helft van de respondenten, namelijk 56%, is bekend met het feit dat er een vergoeding wordt gevraagd aan de doelgroep voor gebruik van de opvang. Slechts 16% is hier niet van op de hoogte, 14% weet het niet en 10% heeft “anders” ingevuld. De praktijk leert dat de meeste opvangcentra inderdaad een vergoeding vragen. Dit kan een financiële vergoeding betreffen, maar het kan ook inhouden dat de thuisloze enige werkzaamheden verricht. In alle gevallen is het zo dat er aan bepaalde eisen en voorwaarden voldaan moet worden (geen drugsgebruik, op een bepaalde tijd binnenshuis zijn etc). In schrijnende gevallen worden uitzonderingen gemaakt, bijvoorbeeld indien iemand geen toegang tot geldelijke middelen heeft of niet in staat is arbeid te verrichten, maar deze zijn niet structureel.
Dertig procent van de ondervraagden is van mening dat dak- en thuisloosheid een eigen keuze zou zijn en 24% geeft aan het niet te weten. Eenenveertig procent vindt het geen keuze en 24% geven aan het niet te weten. De antwoorden worden genuanceerd in de toelichtingen waarin men aangeeft dat het “soms wel, soms geen keuze is” en/of dat het afhankelijk is van de persoonlijke situatie van de dak- of thuisloze.
Uit de literatuur, zo ook in deze nota beschreven, blijkt dat hoewel thuisloosheid vaak geen bewuste keuze is van mensen, het wel uit een bepaalde vorm van gedrag kan voortkomen, zoals bijvoorbeeld vermijdingsgedrag, weigeren aan te passen etc. De omstandigheden van thuislozen, evenals hun psychische kenmerken, komen veelal met elkaar overeen. Genoemd hebben we al: wantrouwen, geen besef van de eigen identiteit, het vertonen van “overlevingsgedrag” en dergelijke.[30] Mede hierdoor blijken dak- en thuislozen vaak moeilijk weer uit de situatie te kunnen stappen waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan. Duidelijk moge zijn dat het per individu verschilt en afhankelijk is van de persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden. Wat betreft de vraag of het een bewuste keuze zou zijn, valt weinig terug te vinden in de literatuur omdat hier veelal naar de omstandigheden en de achtergronden wordt gekeken.
Uit onze enquête blijkt dat hoewel een groot aantal mensen het wel degelijk een keuze noemen, zij deze nuancering zelf ook benoemen. Dit door de hierboven vermeldde toelichtingen. Hiernaast schijnen mensen zich veelal af te vragen of dak- en thuislozen niet te weinig gebruik maken van de maatschappelijke mogelijkheden om hun situatie te veranderen.
Op de vraag of de respondenten gedwongen hulpverlening als een oplossing zagen antwoordde 54% met “nee”, 23% met “ja”, 21% met “weet niet” en twee procent heeft deze vraag niet beantwoord. Om een globaal inzicht te geven in de toelichtingen van de respondenten: een aantal mensen gaf aan dat het per geval bekeken zou moeten worden, een aantal legde uit het geen optie te vinden omdat het de dak- en thuisloosheid een bewuste keuze zou zijn en meerdere mensen noemden gedwongen hulpverlening een mogelijkheid bij bepaalde omstandigheden zoals bijvoorbeeld psychiatrische achtergronden.
Wat betreft de visie in de literatuur over of gedwongen hulpverlening een oplossing zou kunnen zijn hebben we, wegens de in het voorwoord beschreven omstandigheden, weinig weergegeven in deze nota. In de praktijk zijn er geen voorbeelden van deze gedwongen soorten van hulpverlening omdat dit veelal in strijd zou zijn met het eigenbeschikkingsrecht van mensen. We vinden de gedwongen hulpverlening wel terug bij psychiatrische dak- en thuislozen die een reëel gevaar zouden vormen voor zichzelf of voor anderen, en ook bij strafrechtelijk veroordeelden die bijvoorbeeld een gedwongen afkickprogramma moeten volgen. Het betreft hier echter geen fundamentele behandeling voor het dak- en thuisloos zijn maar voor de excessen van de betreffende personen. Na behandeling hiervan vervallen deze mensen veelal weer in hun oude dak- en thuisloze situatie. Wel bestaan er bepaalde particuliere organisaties die dak- en thuislozen een rehabilitatieprogramma aanbieden waarbij de deelnemers akkoord gaan met voorwaarden waardoor er een zekere dwang op hen uitgeoefend kan worden.
Uit de literatuur blijkt dat het moeilijk is aan te geven wat nou precies de oorzaken zijn van dak- en thuisloosheid. Over het algemeen lijken de experts het eens te zijn over het feit dat er een aantal psychische kenmerken zijn te benoemen bij dak- en thuislozen die in combinatie met een aantal maatschappelijke en sociale factoren, kunnen leiden tot dak- en thuisloosheid. Verder valt er bij dak- en thuislozen een aantal andere problemen aan te wijzen. Zo blijkt bijna de helft van de daklozen een verslaving te hebben en ook blijkt 50% te lijden aan een of andere vorm van psychopathologie. Veertig procent blijkt zwakbegaafd en ook de financiële gesteldheid van de thuislozen valt om meerdere redenen slecht te noemen. Wat betreft ziekte blijkt dat er onder de thuislozen veelal chronische aandoeningen te constateren met als oorzaak met name het fysisch milieu en bijvoorbeeld zelfverwaarlozing. De bovenstaande situaties wordt echter als additionele problematiek benoemt. Interessant is wat de respondenten aangeven op onze vraag wat ze als grootste en wat ze als mogelijke oorzaken van thuisloosheid zien.
Als mogelijke oorzaken van thuisloosheid, hebben we een aantal keuzen gegeven. De mogelijkheden waren: Verslavingsproblematiek; psychische problematiek; financiële problematiek (schulden); gedrag- aanpassing problemen; zwakke begaafdheid en/of ziekte. Zowel verslaving als psychische problematiek werden door veel respondenten als mogelijke oorzaak aangewezen (23%). Gedrag- en aanpassingsproblemen werd door 18% aangekruist en zwakke begaafdheid en ziekte werden door respectievelijk 10 en 8% aangegeven. Als grootste oorzaak zag 65% van de respondenten de verslavingsproblematiek en 21% gaf financiële problematiek (schulden) als grootste oorzaak.
Op de vraag of geënquêteerden verwachtten dat dak- en thuisloosheid in de toekomst toe zal nemen antwoordde 63% met “ja”, 8% met “nee” en 29% dat ze het niet wisten.
Als
toelichting op de mogelijke oorzaken van deze toename worden veelal de hoge
eisen en/of de verharding van de maatschappij genoemd, geldproblemen (onder
meer ook door de invoer van euro) en de verslechtering van de economie.
Hiernaast worden ook toename van de bevolking, bezuinigingen en het verdwijnen
van de verzorgingsstaat genoemd.
In onderzoeken wordt veelal gesteld dat het aantal dak- en thuislozen zal groeien met als voornaamste verklaring dat er in deze individualistische maatschappij een toename is van de hoeveelheid alleenstaande burgers. Hiernaast wordt ook wel het “financiële gemak” in onze maatschappij genoemd. Mensen kunnen steeds makkelijker geld lenen en/of goederen en diensten kopen op afbetaling of met uitgestelde betaling waardoor zij de financiële gevolgen makkelijk uit het oog verliezen. Er zal mede hierdoor een groter aantal mensen voldoen aan de risicofactoren van de doelgroep. Voor een uitgebreidere beschrijving van deze criteria verwijzen we naar het causaal macrodiagram van Heydendaal en Nuy.
Op onze vraag wat er door mensen heen gaat als zij aan dak- en thuislozen denken verkregen wij een groot aantal antwoorden dat varieerde van positieve tot negatieve gevoelens. Om een overzicht te kunnen geven hebben we de antwoorden gecategoriseerd. Globaal zijn de volgende gedachten benoemd: “hoe heeft het zover kunnen komen”; “medelijden, triest, sneu, zielig, erg, en/of vreselijk”; “zou mij ook kunnen gebeuren” (slechts zeven respondenten); “eigen schuld, eigen keus en/of in Nederland niet nodig”; “vies, bedelen, junks, alcoholisten”; “falen van de overheid, gebrek aan hulpverlening, gevolg samenleving”. Een aantal respondenten gaf aan geen specifieke gedachten te hebben over of bij de doelgroep.
Wat betreft het gedrag en/of reactie van respondenten als zij mensen uit de doelgroep op straat tegenkomen blijkt dat slechts 12% in gesprek zal treden. 31% gaf aan de dak- en thuisloze te negeren, 48% gaf aan wel vragen te beantwoorden maar een gesprek af te kappen en 1% gaf aan bang te zijn. Negen procent vulde “anders”in, gecategoriseerd bestond de toelichting uit:
“ligt aan situatie, persoon en/of omstandigheden” :12
respondenten
“behandel ze als
ieder ander mens” :10
respondenten
“raak geïrriteerd
(als ze b.v. geld vragen)” :
8 respondenten
“maak een praatje,
antwoord op vragen” :12
respondenten
“koop een krant, of geef een broodje of sigaret” : 6 respondenten.
Op de vraag of de locatie waarop ze thuislozen tegenkomen verschil maakt voor het gevoel/reactie antwoordt 64% van de respondenten met nee, 32% met ja en 4% “anders”. Onder anders werd met name genoemd: “minder prettig in een stille omgeving”, “niet prettig om op station en/of parkeerplaatsen tegen te komen”. Eén respondent merkte op dat niet de locatie maar het gedrag van de dak- en thuisloze verschil maakte voor en gevoel en reactie.
Zo’n 62% procent van de respondenten geeft aan wel eens een dakloze te ondersteunen door het kopen van een straatkrant, 31% doet dit door gehoor te geven aan bedelen, 20% zegt dit op een andere wijze te doen waarbij veelal het voorzien van eten, drinken, sigaretten en/of spullen genoemd wordt. 23% geeft aan dak- en thuislozen op geen enkele manier te ondersteunen.
Uit onze enquête blijkt dat het
grootste deel van de respondenten (65%) verslaving aangeven als grootste
oorzaak. Dit zou kunnen samenhangen met het straatbeeld. Omdat psychopathologie
en verslavingsproblematiek veelal als contra-indicaties gelden in de
hulpverlening, kan het zijn dat de daklozen die op straat verblijven en
overnachten, veelal mensen met deze problematiek zijn. Dit zijn echter slechts
interpretaties van onze kant en het zou interessant zijn om dit verder te
onderzoeken. Als eerste kan gekeken worden of er een verband te vinden is
tussen de mate van confrontatie met de doelgroep en de in de ogen van de
respondent grootste oorzaak van dak- en thuisloosheid.
Verder
lijkt het ons met name interessant om te onderzoeken in welke mate het algemene
beeld dat mensen hebben van dak- en thuislozen beïnvloed wordt door
bijvoorbeeld de mate van confrontatie of door persoonlijke ervaringen.
Daarnaast zou het boeiend kunnen zijn
om te kijken in welke mate het bijvoorbeeld uitmaakt of mensen de doelgroep
tegenkomen in de eigen woonplaats of ergens anders. Ook de reden waarom mensen
bijvoorbeeld zo weinig gesprekken aangaan met de doelgroep zou een thema kunnen
zijn van onderzoek.
Op het moment dat duidelijk zou zijn op welke gebieden het beeld van de maatschappij verschilt van dat van de werkelijkheid en waardoor deze verschillen worden veroorzaakt, zou hier, door bijvoorbeeld voorlichting invloed op kunnen worden uitgeoefend. Hierdoor zou de doelgroep mogelijkerwijs meer geïntegreerd kunnen worden in de maatschappij.
Geachte heer/mevrouw,
Als studenten van de deeltijdopleiding “Maatschappelijk Werk en Dienstverlening” aan de Hogeschool te Leiden zijn wij bezig met een onderzoek naar dak en thuislozen.
Om op een aantal vragen een antwoord te kunnen geven en dat ook te kunnen onderbouwen hebben wij een enquête gemaakt. Wij willen u vragen of u tien minuten de tijd wilt nemen om deze in te vullen.
Per vraag is in principe één antwoord mogelijk. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dit bij de vraag zelf aangegeven.
Bij sommige vragen wordt een toelichting gevraagd. Wij zouden u willen vragen uw antwoorden zo kort en duidelijk mogelijk te willen formuleren. Dat helpt ons bij het verwerken van de uitkomst van de enquêtes.
U kunt er van uit gaan dat de gegevens anoniem zullen
worden verwerkt!
Alvast hartelijk dank voor uw medewerking, mocht u geïnteresseerd zijn in de uitslag van onze enquête, kunt u dit aangeven onderaan de vragenlijst met vermelding van uw naam en adres. We zullen u dan t.z.t. de gegevens doen toekomen.
Met vriendelijke groet,
Nienke Spaan
Monique Krösschell – van der Zalm
ENQUETE OVER DAK- EN THUISLOZEN
1) Wat is uw leeftijd?
2) Wat is uw geslacht
3) Wat is uw Woonplaats?
…………………………………………………….
4) Wat is de hoogste opleiding die u
afmaakte?:
Anders, namelijk: ……………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………………….
5) Heeft u een beroep, zo ja, welk?
Ja ……………………………………………………………………….
6) Heeft u op de een of andere wijze te maken
(gehad) met dak- en
thuislozen? (meerdere antwoorden mogelijk).
Ja, op een andere manier namelijk: …………………………………………
7) Hoe vaak wordt u (omdat u ze bijvoorbeeld
tegenkomt op straat)
geconfronteerd met dak- en thuislozen ?
Anders namelijk: ………………………………………………………………
7a) Is dit in uw eigen woonplaats of elders?
Elders, namelijk: ………………………………………………………….
Zowel in eigen woonplaats als elders, namelijk: ……………………………….
7b) Maakt het voor uw
gevoel/reactie verschil waar u de dak- of thuisloze tegenkomt? (Station,
portiek, parkeerplaats, andere locaties...)?
…………………………………………………………………………………………
8) Hoe denkt u dat het percentage mannen tot vrouwen zich verhoudt onder de dak- en thuislozen?
9)
Als u een dak- of thuisloze tegen zou komen op straat:
Beantwoordt u vragen maar kapt een gesprek af
Anders, namelijk: …………………………………………………………….
10) Wat gaat er door u heen als u denkt aan
dak- en thuislozen?
………………………………………………………………………………………………………
11) Ondersteunt U wel eens een dak- of thuisloze door (meerdere antwoorden mogelijk):
Gehoor geven aan het bedelen van een dak- of thuisloze
Anders namelijk: ………………………………………………………………
12) Vindt u dat er voldoende opvang is voor
dak- en thuislozen?
13) Welke vormen van opvang en/of opvangcentra
kent u voor dak- en thuislozen (meerdere antwoorden mogelijk)?
Andere namelijk: ………………………………………………………………
14) Denkt u dat er aan de
dak- en thuislozen een vergoeding wordt gevraagd voor de opvang?
Anders, namelijk: ………………………………………………………………
15)
Bent u van mening dat dak- en thuisloosheid een keuze is?
Kunt u uw antwoord toelichten? ……………………………………………….
15a) Denkt u dat gedwongen hulpverlening aan dak-
en thuislozen een oplossing is?
Kunt u uw antwoord toelichten? ……………………………………………….
16) Hieronder staan een aantal mogelijke
oorzaken van dak- en thuisloosheid.
Kies wat u denkt dat de grootste oorzaak is (één antwoord mogelijk) en geef aan wat u als overige oorzaken ziet (meerdere antwoorden mogelijk).
|
Grootste Oorzaak |
Mogelijke oorzaak |
|
|
Verslavingsproblematiek |
||
|
Psychische problematiek |
||
|
Financiële problematiek (schulden) |
||
|
Gedrag- aanpassing problemen |
||
|
Zwakke begaafdheid |
||
|
Ziekte |
||
|
Anders namelijk: …………………. |
17) Denkt u dat dak- en thuisloosheid in de
toekomst zal toe nemen?
Ja
Nee
Weet niet
Kunt u uw antwoord toelichten? ……………………………………………….
Als u naar aanleiding van deze enquête iets wil
toelichten of opmerken is daar hieronder gelegenheid voor :
...............................................................................................................................................
|
beroep |
|
2e lijns helpdesk |
|
advocaat |
|
ambtenaar |
|
Analist/programmeur |
|
automatiseerder- |
|
automatisering |
|
Bedrijfs eigenaar |
|
bejaardenverzorgster/ab-er |
|
Bouwkundig adviseur |
|
communicatie |
|
communicatie/PA-adviseur |
|
Computerprogrammeur |
|
consulente |
|
cusomer support ISP |
|
Debiteuren beheerder |
|
Directeur |
|
directeur basisonderwijs |
|
directiesecretaresse- |
|
docent nieuwe media |
|
en veel geluk gehad.- |
|
estuur van congregatie en parttime pastor inverpleeghuis. |
|
freelance |
|
freelancer |
|
gastvrouw |
|
groepsleidster |
|
Grondwerktuigkundige- |
|
helpdesk (parttime) |
|
Helpdesk Medewerker |
|
hoogleraar |
|
hulpverlening |
|
ict- |
|
ICT Technical Manager |
|
ICT'er |
|
Int. sales repr. |
|
IT |
|
it helpdeskmedewerker/ systeembeheerder |
|
it-consultant |
|
it-er |
|
jstudent |
|
klachtenmanager- |
|
maatsch. Werker |
|
maatschappelijk werker |
|
maatschappelijk werkster |
|
Machinist NS |
|
manager |
|
manager |
|
medewerker slachtofferhulp |
|
nee,juwelier/antiquair |
|
onderneemster |
|
ouderenadviseur |
|
performer/manicure/advocaat |
|
Planner |
|
producer |
|
product manager |
|
projectleider |
|
sales medewerker |
|
schoonheidsspecialiste |
|
secretaresse |
|
senior beleidsmedewerker |
|
student/uitzendkracht |
|
sysadmin |
|
systeembeheerder |
|
systeembeheerder |
|
Systeembeheerder |
|
Systeembeheerder |
|
System Architect- |
|
teamleider slachtofferhulp |
|
verkooper |
|
Verpleegkundig zorgmanager |
|
verpleegkundige |
|
webdeveloper |
|
Werkplaats Timmerman- |
|
admin. Medewerkster |
|
administratief medewerkster |
|
Agent |
|
bedrijfsadviseur |
|
begeleider verstandelijk gehandicapten |
|
begeleider werkproject psychiatrie |
|
begeleidster |
|
beveiligingsbeambte |
|
bewaarder |
|
boekhouder |
|
chauffeur / verkoper |
|
Chief Technical Officer |
|
company management/software developer- |
|
Consultant- |
|
costuumnaaister- |
|
designer, artist |
|
directeur- |
|
docent |
|
docent hbo |
|
ECONOOM- |
|
Facility Manager- |
|
gem.ambtenaar |
|
gerontoloog |
|
gezinsverzorger |
|
grafisch vormgever |
|
graphics designer |
|
groepsleider |
|
groepsleidster gehandicapten |
|
groepsleidster thuiszorg |
|
groepsmed. verstandelijk gehandicapten |
|
Helpdesk Internet Provider |
|
helpdesk systeembeheerder |
|
helpdeskmedewerker bij een isp |
|
helpdeskmedewerker xs4all :) |
|
hovenier |
|
huisarts |
|
huisvrouw |
|
huisvrouw- |
|
hulpkracht td |
|
Hulpverlener |
|
Hulpverlening |
|
hulpverlner SLH |
|
ict |
|
ICT gerelateerd |
|
Internet Consultant |
|
internet helpdesk |
|
it |
|
Iter |
|
Iter! |
|
juridisch medewerker- |
|
Manager |
|
marketing consultant |
|
medewerker klantenservice |
|
monteur |
|
monteur |
|
Multimedia vormgever |
|
ondernemer- |
|
onderzoeksmedewerker |
|
P&O-er |
|
Part-time helpdeskmedewerker- |
|
pastor |
|
Personeelsmanager |
|
postbode |
|
Procesmanager |
|
Procesontwerper |
|
Product Manager |
|
Product manager |
|
Productmanager |
|
Programmeur |
|
projectmanager |
|
public relations |
|
rijksambtenaar |
|
sales |
|
sales medewerker |
|
sales medewerker |
|
senior helpdesk |
|
Senior helpdeskmedewerker |
|
Special Sales XS4ALL |
|
stedebouwkundig adviseur |
|
Student |
|
student en telefonisch enqueteur |
|
sysadmin/programmeur |
|
Systeem analyst- |
|
systeembeheerder |
|
systeembeheerder |
|
systeembeheerder |
|
systeembeheerder |
|
systeembeheerder- |
|
Systems Engineering Manager EMEA- |
|
tandartsassistente |
|
teamleider internet helpdesk |
|
technisch tekenaar/werkvoorbereider- |
|
Telefoonist- |
|
Universitair Hoofddocent |
|
verpeegster |
|
verpleegkundige |
|
verpleegkundige- |
|
WebDeveloper |
|
webmanager |
|
Wetenschappelijk medewerker- |
|
Wijkziekenverzorgster |



Cirkeldiagrammen bij vraag 16, oorzaken


Als aanbeveling hebben wij
aangegeven dat er vele mogelijkheden zijn tot bijvoorbeeld het onderzoeken van
verbanden tussen verschillende meningen en opvattingen. Het zou interessant
zijn om na te gaan wat dat verband is en waardoor deze meningen bijvoorbeeld
beïnvloed worden.Ter illustratie hebben we in onderstaande diagram gekeken naar
de combinatie van de volgende vragen; “vindt u dakloosheid een eigen keuze” en
“Denkt u dat gedwongen hulpverlening een oplossing is”. In dit geval kan
gekeken worden of er een correlatie is tussen de mening dat dakloosheid een
keus is met de opvatting of gedwongen hulpverlening een oplossing zou zijn.

*toelichting
op legenda: Het eerste antwoord betreft de mening over of dakloosheid een keuze
is, de tweede of deze groep vindt of gedwongen hulpverlening een oplossing is.
De “X X” betekent dat de respondenten een van beide vragen blanco heeft
gelaten.
[1] William James, The Principles of Psychology (1890) bron: http://psychclassics.yorku.ca/James/Principles/prin10.htm
[2] William James, The Principles of Psychology (1890), Nederlandse vertaling door Nienke Spaan.
[3] Marius Nuy, De odyssee van thuislozen, proefschrift 1998.
[4] P.H.J.M. Heyendael en M.H.R. Nuy, achtergronden van thuisloosheid, wolters-noordhoff 1992
[5] Jeanne Roorda-Honée, gehechtheid, sociale relaties en thuisloosheid. Een onderzoek naar ontwikkelingsantecedenten van thuisloosheid, proefschrift 2001
[6] L.W.C. Tavecchio, J.D. van der Ploeg,
J.M.Th.G. Roorda-Honée, Visies op thuisloosheid, theoretische inzichten over
antecedenten.
[7] . L.W.C. Tavecchio, J.D. van der Ploeg, J.M.Th.G. Roorda-Honée , Visies op thuisloosheid, theoretische inzichten over antecedenten, blz 99-100
[8] Jeanne Roorda-Honée, gehechtheid, sociale relaties en thuisloosheid. Een onderzoek naar ontwikkelingsantecedenten van thuisloosheid, proefschrift 2001
[9] P.H.J.M. Heyendael en M.H.R. Nuy, achtergronden van thuisloosheid, wolters-noordhoff 1992
[10] P.H.J.M. Heyendael en M.H.R. Nuy, achtergronden van thuisloosheid, wolters-noordhoff 1992
[11] L.W.C. Tvecchio, J.D. van der Ploeg, J.M.Th.G. Roorda-Honeé, Visies op thuisloosheid.
[12] Lia van Doorn, Wegwijs blz. 58
[13] Lia van Doorn, Wegwijs vanaf blz. 71
[14] “Overzicht wet- en regelgeving” op internet. Url: http://gemeenteloket.minszw.nl/docs/sociale_activering/soc_act_gem_bijeenk/overzicht_wet®elgeving.pdf
[15] GOBnet Werkplekken
[16] GOBnet Werkplekken
[17] GOBnet Werkplekken
[18] Ineke Glissenaar, Jongeren van de straat, 121 katern jaargang 24 nr. 16
[19] www.legerdesheils.nl
[20] Leger des Heils, jaarverslag 2001
[21] Simone Lamme, senioren in het souterrain
[22] GOBnet Werkplekken
[23] GOBnet Werkplekken
[24] SGBO 1990, Gezondheidsraad 1995
[25] Gezondheidsraad 1995
[26] Broer en van Waveren,1997 en Snel en Engbersen, 1996
[27] brief van de staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport aan de voorzitter van de tweede kamer over maatschappelijke opvang 1997-1998
[28] Korf, Diemel, Riper,& Nabben, 1999. het volgende station: zwerfjongeren in Nederland.
[29] Wil Dijkstra en Jan Smit, Onderzoek met vragenlijsten
De vragenlijst Joep Brinkman
[30] L.W.C.
Tavecchio, J.D. van der Ploeg, J.M.Th.G. Roorda-Honée, Visies op
thuisloosheid, theoretische inzichten over antecedenten.