No more fiendish punishment could be devised, were such a thing physically possible, than that one should be turned loose in society and remain absolutely unnoticed by all the members thereof. If no one turned round when we entered, answered when we spoke or minded what we did, but if every person we met "cut us dead," and acted as if we were non-existing things, a kind of rage and impotent despair would ere long well up in us, from which the cruellest bodily tortures would be a relief; for these would make us feel that, however bad might be our plight, we had not sunk to such a depth as to be unworthy of attention at all.[1]


 

 

 

 

 

 

 

 

Geen genadelozere straf zou kunnen worden bedacht, als was een dergelijk iets fysisch mogelijk, dan dat iemand uit zou worden gezet in de maatschappij en absoluut onopgemerkt zou blijven door alle leden daarvan. Als niemand zich om zou draaien als wij binnenkwamen, zou antwoorden als wij spraken of zou opmerken wat wij deden, maar als ieder persoon die wij ontmoette ons “af zou snijden” en zich gedragen alsof wij een onbestaand iets waren, een soort van furieuze woede en machteloze wanhoop zouden hierdoor in ons opwellen, van welke de meest wrede lichamelijke kwellingen een verlossing zouden zijn; want deze zouden ons laten voelen dat, hoe erg ook onze slechte toestand, we niet gezonken waren tot zo een diepte als waren we onwaardig voor elke vorm van aandacht.[2]

 


Inhoudsopgave

Inhoudsopgave.. 3

Voorwoord.. 5

Dankwoord. 5

Inleiding.. 7

Achtergronden van thuisloosheid.. 8

Kenmerken van thuisloosheid. 8

Soorten thuisloosheid. 9

problematiek binnen de thuislozenzorg. 10

Factoren die leiden naar thuisloosheid.. 11

Omstandigheden en omgevingsfactoren.. 11

Organisatiestructuur van de opvang.. 13

Maatschappelijke opvang.. 13

Crisisopvang. 14

Slaaphuizen. 14

Leger des Heils. 14

Internaten en sociale pensions. 14

Vrouwenopvang. 15

Begeleid wonen. 15

Risicogroepbeleid. 15

Demografische gegevens dak/thuislozen.. 15

Financiële situatie. 16

Gezondheid. 16

Vrouwen. 16

Jongeren. 16

De enquête.. 17

Inleiding. 17

Onderzoeksmethode. 17

Doelstelling. 18

Gegevens enquête.. 18

Conclusie.. 28

Eigen keuze. 28

Gedwongen hulpverlening. 29

Oorzaken thuisloosheid. 29

Toename thuisloosheid. 30

Visie op thuislozen. 30

Steun aan daklozen. 31

Aanbevelingen voor eventueel verder onderzoek.. 31

Bijlage: 32

de enquête zoals gebruikt in onderzoek. 32

Toelichting bij vraag 5, Lijst beroepen respondenten. 37

Cirkeldiagram bij vraag 3, gegevens woonplaatsen respondenten. 39

Cirkeldiagram bij vraag 4, hoogst afgemaakte opleiding respondenten. 39

Cirkeldiagram bij vraag 7, mate van confrontatie met dak- en thuislozen. 40

Illustratie bij gedane aanbevelingen. 42

Literatuurlijst.. 43


Voorwoord

 

 

Als leerlingen aan de Hogeschool Leiden kregen wij als opdracht om, in groepen van zes leerlingen, een nota te schrijven over dak- en thuislozen. Elke dinsdagavond kwam onze groep bij elkaar voor overleg. De opzet van de school was in eerste instantie dat wij een aantal interviews zouden doen onder dak- en thuislozen om vanuit deze casussen een betoog te houden.

 

Al snel bleek echter dat er logistieke problemen ontstonden door het grote aantal groepen dat op dezelfde wijze onderzoek zou doen. De paar opvangcentra die Leiden kent werden bestormd met vragen. Bewoners en bezoekers van deze instanties werden gevraagd voor de gesprekken. Al tijdens de derde bijeenkomst en nog in de brainstorm periode van onze groep, bleek dat er strubbelingen waren ontstaan tussen leerlingen en de dakloze bewoners. Het probleem werd aan ons voorgelegd en wij hebben daarop een andere oplossing gezocht.

 

 

Opzet onderzoek

 

Als groep besloten wij de opdracht van de individuele casussen los te laten en een meer algemeen onderzoek te houden. Wij bespraken onderling het beeld wat wij als groepsleden zelf hadden van de dak- en thuislozen en kwamen na enige oriëntatie op de literatuur tot de conclusie dat ons beeld grotendeels berustte op vooroordelen. Mede hierdoor werden wij benieuwd naar hoe andere mensen hier over dachten: wat is nou het beeld dat leeft? Vanuit dit idee hebben wij de vraagstelling bedacht die in de inleiding vermeld staat.

 

Bovenstaand probleem van onderzoek was helaas niet de enige hindernis die wij tegen kwamen. Al gedurende de eerste periode bleek dat we geen homogene groep waren. Verschillen in opvattingen over inzet en afspraken kwamen naar voren en mettertijd ontstond daardoor een achterstand in het onderzoek. Deze achterstand nam ernstige vormen aan toen vier mensen besloten te stoppen met de opleiding, hetgeen onze werkgroep reduceerde tot slechts een derde van de oorspronkelijke bezetting.

 

De studiebelasting werd duidelijk te hoog en hierdoor zagen wij ons genoodzaakt concessies te doen aan de diepgang van de vraagstelling. In plaats van dieper te kunnen ingaan op de oorzaken van beeldvorming omtrent dak- en thuislozen, hebben wij ons in eerste instantie gericht op de vraag tot in hoeverre het beeld dat leeft bij mensen overeenkomt met de werkelijkheid. De conclusies uit ons onderzoek zijn daardoor oppervlakkiger dan wij ons hadden voorgesteld. Wij zien deze nota dan ook vooral als een vooropzet voor een maatschappelijk onderzoek. Het lijkt ons een interessant onderwerp om te onderzoeken, ook gezien de eerste resultaten die in deze nota zijn weergegeven.

 

Graag verwijzen wij naar de literatuurlijst voor verdieping van- en toelichting op de in deze nota beschreven onderwerpen.

 

 

Dankwoord

 

Allereerst willen wij iedereen bedanken die de tijd heeft genomen om mee te werken aan ons onderzoek door de enquête in te vullen. De tijdsinvestering voor het uitgebreid beantwoorden van alle vragen bleek wat hoger dan in eerste instantie door ons ingeschat. Wij zijn dan ook ontzettend blij met de hoge respons! Verder een woord van dank aan alle mensen die ons via

e-mail, telefoon en/of persoonlijk, informatie en tips hebben gegeven voor ons onderzoek. Reinoud van Leeuwen bedanken wij voor zijn technische ondersteuning. Hij heeft er voor gezorgd dat de ingevulde enquêtes in een database werden verwerkt waardoor het voor ons hanteerbare materie werd. Daarnaast willen we Guido Schoonheim bedanken voor de hulp met de codering van de enquête op internet. Ten slotte nog onze dank aan Hanneke Vermeulen voor haar hulp bij de tekstcorrectie en de opmaak van de website.

 

Nienke Spaan

Monique Krösschell - van der Zalm

 

Leiden, januari 2003

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Inleiding

 

 

Tijdens onze oriëntatie op de achtergronden van dak- en thuisloosheid, kwamen wij er als groep achter dat de informatie die wij uit de literatuur verkregen, niet correspondeerde met ons individuele beeld van dak- en thuislozen. Mede hierdoor vroegen wij ons af welk beeld andere mensen hebben van deze doelgroep en waardoor dat beeld eventueel positief of negatief beïnvloed wordt. Dit besloten wij te onderzoeken.

 

Als vraagstelling voor ons onderzoek hebben wij genomen:

 

·                                                                     Wat is het beeld dat de samenleving heeft van dak- en thuislozen en tot in hoeverre komt dit overeen met de realiteit?

 

We beginnen met een analyse van de achtergronden van de problematiek van de doelgroep, de verschillende opvangmogelijkheden, en de demografische en geografische gegevens en voor zover die bekend zijn. De registratie van dak- en thuislozen wordt landelijk ervaren als een probleem. Dit komt  doordat het een zogenaamde ‘vlottende populatie’ betreft, met  een continue in- en uitstroom. Door deze wisselende aantallen is het moeilijk om juiste getallen te vinden in literatuur en onderzoeken. Voorts is er een grote lappendeken aan soorten opvang en  mogelijkheden die, hoewel moeilijk in kaart te brengen, misschien wel als representatief gezien kan worden voor de gemêleerdheid van de doelgroep, die uit een groot aantal verschillende segmenten bestaat. In de literatuur wordt zowel de term “daklozen” als “thuislozen” gehanteerd. In deze nota hebben wij beide benamingen door elkaar gebruikt als zijnde synoniemen. Over het algemeen hebben we de term overgenomen zoals deze in de literatuurbronnen van de desbetreffende stukken staat.

 

Om helder te krijgen welk beeld er bestaat in de samenleving hebben wij een enquête opgesteld, die door 245 mensen werd ingevuld. Door de geringe tijd en “mankracht” die ons overbleef voor het schrijven van deze nota, hebben wij gekozen voor een zogenaamd haalbaarheidsonderzoek. Hierdoor hebben we geen dwarsdoorsnede van de maatschappij bereikt: er hebben relatief veel hoogopgeleiden meegedaan aan ons onderzoek. Wij hebben de resultaten van de enquête vergeleken met de informatie uit de literatuur en vervolgens verwerkt om tot conclusies te kunnen komen. Per vraag zijn de aantallen en percentages in een tabel weergegeven met daaronder een toelichting. De enquête zelf en een aantal diagrammen van de resultaten zijn als bijlage toegevoegd.

 

Tenslotte hebben wij de conclusie weergegeven. Wat betreft de verkregen gegevens zijn er buiten de door ons tot nu toe onderzochte situaties, nog vele verbanden te vinden. Het moge dan ook duidelijk zijn dat deze nota slechts een opzet is voor eventueel verder onderzoek!

 

 


Achtergronden van thuisloosheid

 

 

Bij het onderzoek naar de achtergronden van dak- en thuisloosheid stuitten we telkens weer op de diversiteit aan oorzaken en achterliggende problematiek.Wat maakt een thuisloze nou een thuisloze? ‘Zoveel mensen zoveel verhalen’ leek het en de stelling die Marius Nuy in zijn boek “De odyssee van thuislozen” geeft bevestigt dat. Hij zegt: “De gang naar thuisloosheid verloopt zo persoonlijk als ieders vingerafdruk is. Vrijwel het enige dat thuislozen gemeen hebben, is een diep en soms onvindbaar verlies dat zij niet of moeilijk kunnen herstellen.”[3]

 

 

Kenmerken van thuisloosheid

 

Toch vinden we, ondanks deze grote verscheidenheid, ook overeenkomsten in de literatuur voor de verklaringen van thuisloosheid. Zo lezen we keer op keer dat een thuisloze een jeugd heeft gehad waarin de band met de ouders niet optimaal was. Het ene boek spreekt over een “troebele opvoeding[4]”, het andere over een “instabiele jeugd[5]” en weer een derde over “verwaarlozing[6]”. Wat naar voren komt is dat thuislozen, anders dan mensen met een thuis, een andere manier hebben van omgaan met problemen. Bij een groot gedeelte van de thuislozen komt verslaving voor wat gepaard gaat met financiële problemen. De schatting van aantallen varieert maar lijkt rond de 50% te liggen. Het is echter moeilijk aan te wijzen of die verslaving een oorzaak of een gevolg is van de thuisloosheid. Duidelijk lijkt wel dat thuislozen een aantal overeenkomstige psychologische kenmerken hebben. Een deel van deze overeenkomsten kan worden verklaard door bijvoorbeeld de band met de ouders en/of de mogelijkheid van individuen om zich te binden.

 

In het boek “Visies op thuisloosheid” typeren de schrijvers thuisloosheid aan de hand van de volgende basiskenmerken van een thuisloze:

 

v                  In de eerste plaats is er bij de thuisloze sprake van een fundamenteel wantrouwen, hetgeen wordt gekenmerkt door de volgende aspecten. De thuisloze:

 

§               wantrouwt zichzelf en anderen, kan daardoor geen relaties aan gaan;

§               heeft een zeer beperkt territorium, dat niet verder reikt dan zijn eigen lichaam;

§               mist bepaalde gevoelens en is niet in staat zich aan mensen te binden of samen te werken met anderen;

§               ervaart intieme emotionele banden als bedreigend;

§               legt oppervlakkige, inwisselbare contacten;

§               vraagt zelden of nooit zelf om hulp, alleen wanneer zijn overlevingskansen in gevaar komen;

§               is extreem alert op vermeend onrecht jegens hem of anderen;

§               is niet in staat conflicten te hanteren, kan relaties niet herstellen

§               is niet spraakvast;

§               kan er niet tegen dat iets schriftelijk wordt vastgelegd en/of gerapporteerd.

 

 

v            Op de tweede plaats geeft de thuisloze blijk geen besef van een eigen identiteit te hebben. Dit uit zich in de volgende aspecten.

 

§               De thuisloze heeft geen inzicht in zichzelf;

§               doet aan wishful thinking ten aanzien van persoonlijke relaties, fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar;

§               heeft permanente faalangst, geen hoop op betere tijden;

§               heeft schuldgevoelens, denkt altijd te kort te schieten;

§               heeft een gering onderscheidingsvermogen ten aanzien van verschillen in mensen;

§               handelt vanuit het lustprincipe;

§               is zorgeloos met bezittingen, en is tegelijk materialistisch ingesteld;

§               heeft een zekere drang naar zelfvernietiging zoals verslaving en verwaarlozing ;

§               hongert naar aandacht;

§               heeft slecht ontwikkeld geweten;

§               is niet assertief.

 

 

v            In de derde plaats vertoont de thuisloze een gedrag dat is te typeren als overlevingsgedrag. Daarbij gaat het onder meer om de volgende aspecten. De thuisloze

 

§               probeert controle te houden door te observeren, taxeren en manipuleren;

§               praat niet over zichzelf, geeft sociaal wenselijke antwoorden;

§               luistert slecht, geeft beperkte of onjuiste informatie, bagatelliseert zijn klachten;

§               reageert sterk of agressief op lichamelijk contact of medische behandeling, slikt medicijnen uitsluitend zolang hij klachten heeft;

§               breekt behandelingen af;

§               kan niet plannen op korte, en zeker niet op lange termijn;

§               heeft een beperkt maatschappelijk inzicht, geen toekomstperspectief, leeft van dag tot dag;

§               vertoont afwijkend en/of delinquent gedrag als het net goed lijkt te gaan (dwangmatig eten, stelen, vernielen, liegen, provocerend seksueel gedrag, terugval in een verslaving, weglopen, etc).

 

 

Soorten thuisloosheid

 

Aansluitend onderscheiden de schrijvers de volgende typen thuisloosheid, gebaseerd op jarenlange ervaring in de Kessler Stichting. Zij geven deze typen vooral aan om duidelijk te maken dat de benodigde begeleiding en zorgintensiteit binnen de hulpverlening per categorie verschillend is.

 

1.                        De thuisloze

2.                        De thuisloze met verslavingsproblematiek

3.                        De thuisloze met psychische problemen

4.                        De thuisloze met gedrags- en aanpassingsstoornissen

5.                        De thuisloze met een zekere mate van zelfredzaamheid

6.                        De thuisloze met een zwakke begaafdheid

7.                        De thuisloze met verzorgingsbehoefte

8.                        Bewoners met een andere problematiek [7]

 

 

In haar boek “Gehechtheid, sociale relaties en thuisloosheid” beschrijft Jeanne Roorda-Honée   vier “wegen naar thuisloosheid”. Zij deelt hier de typen thuisloosheid in de volgende categorieën:

 

1.                  “Fundamentele thuisloosheid”: Het gaat hier om mensen die nooit echt een “thuis” hebben gehad. Mensen die op jonge leeftijd al (gedeeltelijk) op straat zwerven, hetgeen uiteindelijk uitmondt in chronische thuisloosheid.

 

2.                  “Neerwaartse spiraal”: De feitelijke dakloosheid lijkt langer uitgesteld. Deze thuislozen zouden gedurende enige tijd wel relaties, werk en/of een huis hebben gehad. Scheiding, verlies van werk en/of woonruimte wordt door deze groep als reden van thuisloosheid gegeven. Bij nader onderzoek van Roorda-Honée blijkt echter dat er vaak al eerder sprake was van een zwervend bestaan. Deze groep was meestal wat ouder toen zij het thuisloze circuit in kwam.

 

Voor beide trajecten zou gelden dat er meestal een instabiele jeugd aan ten grondslag ligt met, vaak al vanaf jonge leeftijd, veel verschillende opvoedingsituaties. In beide groepen komt veel drugsverslaving voor. Vermoedelijk begon die verslaving bij de eerstgenoemde groep al op jongere leeftijd.

 

3.                  De derde groep gaf in het onderzoek expliciet aan dat zij zonder thuis en dak geraakten na een zeer ingrijpende gebeurtenis, zoals echtscheiding(en), verlies van partner, dood van een kind, dood van ouders of opheffing van het ouderlijk huis en verlies van werk.

 

4.                  Thuisloosheid die samenhangt met psychiatrische ziektebeelden.[8]

 

 

 

problematiek binnen de thuislozenzorg

 

 

Uit de vele onderzoeken blijkt dat ongeveer de helft van de thuislozen problemen heeft met alcohol. Het gemiddelde over de hele bevolking is 10%. Wat betreft het drugsgebruik komt men in de  thuislozenzorg, naast het gebruik van alcohol en sigaretten, veelvuldig het gebruik van “kalmerende drugs” tegen. Hieronder vallen onder andere tranquillizers, pijnstillers en opiaten. Het meest typerende van verslaving is, dat er een steeds verdere inperking plaatsvindt van de lichamelijke, psychische en sociale mogelijkheden van de gebruiker. Men raakt in isolement: het verkrijgen van de verslavende middelen is het enige belangrijke doel. Over het algemeen is moeilijk te zeggen of de verslaving een oorzaak van de thuisloosheid is of juist een gevolg.

 

Ongeveer de helft van thuislozen lijdt aan een of andere vorm van psychopathologie. Het betreft hier voornamelijk affectieve stoornissen, waarbinnen angst en neuroses de meerderheid vormen. Schizofrenie (vooral paranoia) en depressieve vormen van stoornissen komt men binnen de thuislozenzorg eveneens vaker tegen dan bij de rest van de bevolking. Soms zijn deze stoornissen van neurotische aard en soms zijn ze reactief op bijvoorbeeld een traumatische gebeurtenis. Er komen veel sociale fobieën voor onder thuislozen en ook het zogenaamde borderline syndroom wordt vaak genoemd.

 

Veelal wordt er een chronische ziekte of handicap geconstateerd bij de dakloze. Over het algemeen komen ziekten die voornamelijk door het fysisch milieu veroorzaakt worden vaker voor bij thuislozen dan bij de rest van de bevolking. Dit kan gezien worden als een gevolg van gedrag en gewoonten als   zelfverwaarlozing. Dit is juist het gedrag dat velen van hen als reactie op hun situatie en/of als een gebrek aan anticipatie vertonen. Onder de opgenomen thuislozen wordt een grote mate van immobiliteit geconstateerd. De oorzaak hiervan kan variëren van reuma en breuken tot bijvoorbeeld verwondingen en eksterogen.

 

Zo’n 40% van de thuislozen wordt bestempeld als verstandelijk gehandicapt. Het merendeel hiervan is zwakbegaafd. Dat wil zeggen dat zij een IQ hebben tussen de 70-90. Niet alleen het IQ is echter bepalend, maar vooral het hele maatschappelijke functioneren. Het betreft hier een gebrek vaardigheden, het niet kunnen omgaan met anderen, financiële problemen, het niet aankunnen van de werksituatie, de weg niet weten naar maatschappelijke- en zorginstanties etcetera. Heydendaal stelt dat thuislozen sociale onvermogens hebben die nauwelijks met intelligentie te maken hebben. Verder worden de volgende vormen van relatiestoornissen onder thuislozen opgemerkt: sociale zwakte, sociale isolatie, te dominant en agressief gedrag en tot slot het haast kinderlijk afhankelijk opstellen. [9]

 

Voor alle bovengenoemde situaties geldt dat ze gezien worden als additionele problematiek bij thuislozen, die waarschijnlijk wel bijdraagt aan het ontstaan van de situatie, maar die niet aangewezen kan worden als feitelijke oorzaak van de thuisloosheid.

 

 

 

Factoren die leiden naar thuisloosheid

 

Heyendael en Nuy noemen in hun boek “Achtergronden van thuisloosheid” een theorie die zij gebruiken voor een systeemkundige benadering van thuisloosheid. Aan de hand van deze theorie bekijken zij thuisloosheid op macro niveau. Zij menen dat thuisloosheid op macro niveau ten minste de genoemde kenmerken heeft.

 

Deze theorie noemen zij  “gang naar thuisloosheid”. Deze gang naar thuisloosheid ziet er als volgt uit:

 

-     Men is alleenstaand (éénpersoonhuishouden, niet samenwonend)

-     Men is zonder werkkring (werkloos, arbeidsongeschikt. met pensioen)

-     De combinatie van deze twee sociaal economische factoren leidt tot meer veronderstellingen, die weer leiden tot een verdere uitbreiding van het model namelijk:

-     Men heeft flinke problemen op het gebied van huisvesting, financiën en eventuele werkhervatting, al dan niet na om- of bijscholing.

-     Deze nog steeds sociaal economische moeilijkheden kunnen in verklarend opzicht leiden tot een sociaal-cultureel probleem:

-     Alleenstaand zonder werkkring leidt tot uitstoting door de samenleving; het gaan behoren tot een marginale categorie, door niemand gevraagd worden en, omgekeerd, van niemand iets verwachten. Alleen de hulpverlening is nog ‘gesprekspartner’. Afhankelijkheid dus op het gebied van: geld, huisvesting en eventueel werk. Wanneer ook dat niet lukt, wordt dit meestal verklaard door sociaal psychologische factor:

-     Verlies van of het niet meer in stand houden van een sociaal netwerk (verlies van collega’s, van vrienden, van steun door familie)

-     De factor alleenstaand zonder werkkring krijgt het karakter van alleen zijn en eenzaamheid. Dit wordt vaak gekenmerkt door gevoelens van machteloosheid en doelloosheid. Deze fase kan vervolgens leiden tot de volgende situaties of problemen:

-     Verslaving aan alcohol, drugs, gokken, medicijnen

-     Psychische ontreddering, met mogelijke ernstige stoornissen

-     Lichamelijke verwaarlozing, met mogelijk veel ziektes, vaak van chronische aard

 

Uiteindelijk – zo is het causaal macrodiagram opgezet – leidt dit alles tot een combinatie van sociaal-economische, culturele, psychologische en medische problemen, die mogelijk, en in sommige gevallen direct, leidt tot thuisloosheid.[10]

 

 

 

Omstandigheden en omgevingsfactoren

 

In het boek “Visies op thuisloosheid” wordt onder het kopje “Enkele definities en kenmerken”, gerefereerd aan een Amerikaans tijdschrift over thuisloosheid. Uit dit tijdschrift zou blijken dat men willen oppassen voor “victim-blaming”: “Door de aandacht te richten op persoonlijke kenmerken van thuisloosheid is het risico groot, dat de maatschappelijke oorzaken die leiden tot deze problemen, genegeerd worden of onvoldoende aandacht krijgen.” Vanuit die visie wordt er ook gekeken naar thuisloosheid als het resultaat van een falende samenleving waarin er een te kort is aan woonruimte, adequate voorzieningen etc.[11] Wij zullen daarom, naast de eerdergenoemde persoonlijke kenmerken van dak- en thuislozen, ook aandacht besteden aan de omstandigheden en opvangmogelijkheden in Nederland.

 

Wie eenmaal dakloos raakt bevindt zich in een lastig parket. Ondanks de acute situatie en de grote nood van de dak- en thuislozen, moeten zij toch de gewone procedure voor het verkrijgen van woonruimte volgen. Doordat zij geen vast adres of postadres hebben, ontvangen zij een brief met een woningaanbod of verlenging van de inschrijving niet. Ook ontbreekt het hen vaak aan financiële middelen om de eerste maand huur, het inschrijfgeld of de borg te betalen: doordat dak- en thuislozen nauwelijks een inkomen uit werk hebben, moeten zij voornamelijk leven van een uitkering. Door het gebrek aan een ruimer inkomen, kunnen zij weinig aanspraak maken op een woning. Zij bevinden zich vaak in een vicieuze cirkel en het is heel moeilijk om hieruit te komen.

 

Een aantal mensen wordt dakloos na een huisuitzetting. Woningcorporaties informeren meestal naar de verhuisreden. Wanneer zij van een uitzetting op de hoogte zijn, zijn zij terughoudend in het opnieuw toewijzen van een woning. In de particuliere markt is het ook moeilijk om een woning te bemachtigen. Verhuurders verlenen niet graag huisvesting aan personen met een “negatief sociaal profiel”. Dak- en thuislozen worden daardoor vaak verdrongen door andere categorieën woningzoekenden.

 

Een aantal thuislozen vindt via kennissen, kamerbemiddelaars of louche verhuurders weer woonruimte. De woonomstandigheden van deze groep daklozen, die een kamer hebben in onderhuur of inwonen bij iemand anders, worden gekenmerkt door een grote mate van afhankelijkheid van anderen. Daarnaast is deze groep vaak rechteloos. Zij maken nauwelijks aanspraak op de juridische rechten die zij formeel hebben. (Spierings. 1993). Doordat zij zo’n kwetsbare positie innemen, is de kans groot dat zij eenmaal verkregen woonruimte weer verliezen.

 

Een groot aantal thuislozen woont in particuliere logementen en pensions. (Heydendael e.a.) Als gevolg van stadsvernieuwingsprojecten en aangescherpte brandveiligheidseisen zijn de afgelopen jaren veel niet reguliere pensions en logementen verdwenen, evenals sloop- en renovatiepanden, waar daklozen onderdak vonden. Dit zou een van de oorzaken kunnen zijn voor het feit, dat men meer dak- en thuislozen op straat aantreft. [12]

 

Als thuislozen er niet in slagen om woonruimte te vinden zoekt een aantal van hen naar andere mogelijkheden, zoals het wonen in een kraakpand of een geïmproviseerd hutje in een park. Sommigen laten zich voor korte of langere tijd opnemen in instituties, zoals internaten voor dak- en thuislozen, pensiontehuizen, verslavingsklinieken of psychiatrische centra, kloosters, alternatieve woonwerkgemeenschappen en religieuze leefgemeenschappen. Zelfs een verblijf in de gevangenis kan een alternatief zijn voor het leven op straat. Dit gebeurt veelal als zij mentaal en fysiek minder opgewassen zijn tegen het daklozenbestaan. Ze komen in dergelijke instanties weer tot rust en gaan daarna weer de straat op.

 

Door hun levenswijze bevinden dak- en thuislozen zich vaak in openbare ruimten, zoals spoorwegstations, postkantoren, horecagelegenheden, overdekte winkelcentra, parken en pleinen. Het beleid van de steden is er echter op gericht dak- en thuislozen uit het straatbeeld te weren. De openbare ruimte staat steeds meer onder toezicht van bewakingsdiensten, politieagenten, stadswachten en portiers. Het gevolg hiervan is dat de bewegingsvrijheid van de dak- en thuislozen wordt ingeperkt. In de zomer wordt er in steden in de open lucht veel georganiseerd. Vooral tijdens festivals, vrijmarkten en openluchtconcerten gaan de daklozen op in de massa en vallen zij niet op. In de winter hebben zij het moeilijker. Dak- en thuislozen zijn steeds op zoek naar ruimten waar zij de dag en de nacht kunnen doorbrengen. Een verscherpte controle van de vervoersmaatschappijen op plaatsbewijzen kan ook zijn invloed hebben op de mogelijkheden van de dak- en thuislozen om zich te verplaatsen.[13]

 

Organisatiestructuur van de opvang

 

Opvang voor dak- en thuislozen gebeurt zowel gesubsidieerd als ongesubsidieerd. Op de particuliere instellingen is weinig zicht: zij zijn niet landelijk in kaart gebracht. De gesubsidieerde opvang bestaat uit verschillende vormen die ondergebracht zijn bij twee landelijk overkoepelende organen: “De Federatie Opvang” en de “Evangelische Opvang”.

 

Vroeger ontvingen deze instellingen hun subsidies rechtstreeks van het rijk. Tegenwoordig wordt het geld vanuit het rijk verdeeld over 43 zogenaamde centrumgemeenten. Deze centrumgemeenten zijn verantwoordelijk voor een regio. Zij subsidiëren de verschillende opvangcentra en dragen verantwoordelijkheid voor het beleid in hun regio. Zij maken onderscheid tussen zogenaamde maatschappelijke opvang en vrouwenopvang (voor bijv. mishandelde vrouwen). Deze twee vormen van maatschappelijke vormen worden los van elkaar gezien in registratie en krijgen ook apart subsidie.

 

In het overzicht van wet- en regelgeving van het ministerie van SZW staat hierover het volgende: 

 

“In de welzijnswet zijn financiële middelen vrijgemaakt voor preventie, behandeling, opvang en herstel van personen in de maatschappelijke opvang, de vrouwenopvang en de verslavingszorg. Deze middelen zijn samengevoegd in de zogenaamde specifieke uitkeringen die worden uitgekeerd aan de centrumgemeenten om hen in staat te stellen de regierol met betrekking tot ambulante verslavingszorg,  maatschappelijke opvang en vrouwenopvang te vervullen. Uit deze middelen kunnen activiteiten met betrekking tot preventie, behandeling opvang en herstel worden betaald waaronder sociale activering en dagbesteding.” [14]

 

In opdracht van het ministerie is een monitor ingesteld. Het Trimbosinstituut en het adviesbureau VGN brengen de opvanginstellingen, de aanmeldingen en afwijzingen en het gemeentelijk beleid in kaart om zo een beter inzicht te verkrijgen in de juiste afstemming van vraag en aanbod. Het

rapport van dit onderzoek wordt verwacht in 2004.

 

 

 

Maatschappelijke opvang

 

 

Mensen die niet meer thuis kunnen of willen wonen omdat ze bijvoorbeeld geestelijke, financiële of relationele problemen hebben, moeten ergens anders opgevangen worden. Als er geen opvang binnen de eigen sociale situatie mogelijk is, komen deze mensen terecht bij de maatschappelijke opvang. Naast de ‘reguliere’ dak- en thuislozen gaat het ook om mishandelde vrouwen (en hun kinderen), mensen in een psychische crisis of zwangere tieners. Behalve opvang bieden de medewerkers van  de maatschappelijke opvang ook zorg en psychosociale hulp. De opvangcentra zijn 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar. De meeste opvangcentra zijn wat betreft levensbeschouwing neutraal. Er zijn wel enkele evangelische opvangcentra.[15]

 

Dak- en thuislozen kunnen op diverse plaatsen, vooral in de grote steden, terecht voor opvang, verzorging en begeleiding. Er zijn locaties waar een beperkt aantal nachten een bed, maaltijd en wasgelegenheid geboden wordt, maar ook voorzieningen voor bijvoorbeeld dagbesteding, verzorging en verpleging.[16]

 

 

 

 

 

De verschillende opvangmogelijkheden

 

Crisisopvang

 

Iedereen die plotseling zijn huis ontvlucht, kan terecht in een crisisopvangcentrum. De opvangduur kan variëren van een dag tot zes weken. Daarna moet er een andere verblijfplaats gevonden zijn. De meeste opvangcentra staan open voor iedereen, maar er zijn er ook  aantal die zich op een bepaalde doelgroep richten, bijvoorbeeld op vrouwen of jongeren.[17]

 

 

Slaaphuizen

 

Voor een aantal nachten kunnen dak- en thuislozen  terecht bij passantenverblijven, sleep-inns of slaaphuizen. Van deze voorzieningen maken voornamelijk oudere  thuislozen gebruik. Tegen een vergoeding krijgt men  een bed, een douche en een plaats om kleding te wassen. In deze voorzieningen geldt het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”. Vandaar de rijen voor de slaaphuizen als ze open gaan. Overdag mogen mensen geen gebruik maken van het slaaphuis en moeten ze elders een heenkomen zoeken.[18]

 

 

Leger des Heils

 

De maatschappelijke opvang van het Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg omvat diverse hulpverleningvormen zoals: vrouwenhulpverlening, passantenopvang, zorg en begeleiding van thuislozen die soms psychiatrische problemen hebben of ziek zijn, crisisopvang en begeleid wonen. De opvang varieert van 24-uurs begeleiding tot begeleiding op afstand. Naast de reguliere opvang van dak- en thuislozen heeft de Stichting Leger des Heils Welzijn- en Gezondheidszorg speciale projecten voor zwerfjongeren en tienermoeders. In nauwe samenwerking met de reclassering Leger des Heils vindt er ook (preventieve) woontraining plaats van (ex) delinquente jongeren. Speciale aandacht gaat uit naar (kleine) kinderen die met hun ouders in de maatschappelijke opvang terechtkomen.[19]

 

Het Leger des Heils ziet als christelijke organisatie een taak om zich naast hulpverlening ook actief bezig te houden met vraagstukken over normen en waarden en met name de dialoog te stimuleren rond de zin van het leven. De Bijbel is voor de medewerkers van het Leger des Heils een leidraad bij het zoeken naar antwoorden.[20]

 

 

Internaten en sociale pensions

 

Internaten voor dak- en thuislozen bieden laagdrempelige opvang aan mensen die door een crisis- of conflictsituatie geen dak boven hun hoofd hebben, en niet terecht kunnen in andere voorzieningen. De voorziening wordt daarom wel aangeduid als een “laatste vangnet”. Behalve onderdak, kunnen bewoners er hulp en begeleiding krijgen bij de aanpak van hun problemen. Er vindt in toenemende mate sociale activering plaats, men probeert bewoners toe te leiden naar (vrijwilligers) werk, of een andere vorm van dagbesteding. Van behandeling in de zin van formele therapeutische hulp is in de internaten geen sprake.[21]

 

In sociale pensions kunnen dak- en thuislozen met een psychiatrische achtergrond terecht. Deze dienstencentra bieden de gelegenheid om te wassen en post te ontvangen.  Bovendien bieden ze hulp bij het regelen van financiële en juridische zaken, een woning, werk of schuldsanering.[22]

 

 

 

Vrouwenopvang

 

Vrouwen die vanwege een crisissituatie hun huis zijn ontvlucht, kunnen een tijdelijke plaats krijgen in een Blijf-van-mijn-lijfhuis of FIOM-huis. Hier is ook kinderopvang aanwezig. De hulpverlening is er op gericht de crisis weg te nemen en de vrouw naar een goede vervolgsituatie te begeleiden.Veel vrouwen die bij een vrouwenopvangcentrum aankloppen zijn mishandeld of seksueel misbruikt. Om redenen van veiligheid hebben de opvangcentra een geheim adres.Vrouwen verblijven er soms een dag, soms langer dan zes maanden.[23]

 

 

Begeleid wonen

 

Begeleid wonen is een vorm van opvang waarbij geen sprake van een crisis meer is. Mensen krijgen hier praktische hulp om te leren weer zelfstandig te wonen. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze moeten omgaan met geld, hoe ze moeten koken, en waar ze terecht kunnen voor werk. Na een bepaalde periode moet de bewoner op eigen benen verder in een eigen woning.

 

 

Risicogroepbeleid

 

Omdat het aantal van thuislozen de laatste jaren gestaag lijkt te groeien is de GG&GD Flevoland een project begonnen om dakloosheid te voorkomen. Het betreft hier een samenwerkingsverband tussen verschillende zorgaanbieders waaronder woningcorporaties, politie, GG&GD, en maatschappelijk werk. Men probeert hierbij

in contact te komen met de grote groep mensen die niet bereikt leek te worden, de zogenaamde “risicogroep”. Er is een meldpunt  “vervuiling, verwaarlozing en mishandeling” ingesteld. De hulpverlening treedt binnen 24 uur na een melding in contact met personen in crisissituaties om deze in een vroeg stadium op te lossen.

 

Dit project is sinds enige tijd actief en behaalt goede resultaten. Momenteel wordt de situatie in verschillende regio’s in kaart gebracht. Naar verwachting zullen er meer van dergelijke projecten worden opgestart.

 

 

 

Demografische gegevens dak/thuislozen

 

In Nederland zijn ongeveer 20.000 personen[24]  dak- en thuisloos. Heydendael cum suis noemen het aantal van 30.000, onder meer omdat zij ook de “randgevallen”  meetellen: mensen die nog net een dak bovenhun hoofd hebben, maar toch onder minimale omstandigheden leven.. Landelijk gezien gaat het om 0.2 % van de bevolking. De verschillen in uitkomsten tussen diverse studies lijken vooral verklaard te worden door verschillen in definitie en onderzoeksmethode.

 

Het merendeel van de dak- en thuislozenpopulatie bestaat uit alleenstaande mannen van Nederlandse afkomst. Personen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar zijn oververtegenwoordigd. De gemiddelde leeftijd van tehuisbewoners ligt echter aanzienlijk hoger dan die van de gehele groep.Vrouwen zouden 15  á 20 % van deze bevolkingsgroep uitmaken. Hierbij worden vrouwen die in specifieke vrouwenopvangcentra verblijven meestal niet meegeteld.[25]

 

Diverse categorieën vrouwen doen een beroep op de vrouwenopvang; Uit gegevens van de Federatie Opvang (1996) blijkt dat in 1995 14.000 vrouwen zich aangemeld hebben bij FIOM-huizen en vrouwenopvangcentra en 9.000 bij Blijf van mijn Lijf-huizen. In veel gevallen zijn er ook anderen bij de aanmelding betrokken. Meestal zijn dit de kinderen. Als we de kinderen meetellen komen we op de volgende getallen: bij FIOM-huizen en vrouwenopvangcentra hebben zich in 1995 ongeveer 29.000 vrouwen en kinderen aangemeld en bij de Blijf van mijn Lijf-huizen bijna 18.000.

 

 

Financiële situatie

 

Recent onderzoek[26] toont aan dat de financiële situatie van dak- en thuislozen over het algemeen slecht is. Het overgrote deel van de dak- en thuislozen is werkloos en moet rondkomen van een uitkering (zoals WAO, AWBZ, Ziektewet en AWW) of heeft helemaal geen bron van inkomsten. Thuislozen die in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering, blijken nadat de eigen bijdragen aan de pensionprijs is afgedragen, ongeveer 180,- euro per maand te kunnen besteden als zakgeld of kleedgeld. Overigens kan de uitkering aan dak- en thuislozen per gemeente verschillen. Mede hierdoor wordt er vaak een “trek” opgemerkt van thuislozen die naar “financieel gunstigere” gemeenten trekken.

 

 

Gezondheid

 

Afhankelijk van de gekozen onderzoeksmethoden, zouden tussen de 5.000 en 15.000 thuislozen met (ernstige) psychiatrische stoornissen te maken hebben. De Gezondheidsraad schat  dat een kwart tot de helft van de thuislozen betreft. De Nationale Raad voor de Volksgezondheid raamde dit in 1993 op 30 á 75%  en de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg noemt het aantal van 3.000 tot 6.000 personen.

 

 

Vrouwen

 

De meeste vrouwen die verblijven in de instellingen voor vrouwenopvang zijn tussen de 20 en 40 jaar oud. Van de vrouwen in de FIOM-huizen en vrouwenopvangcentra is de helft allochtoon: 12% is geboren in Suriname, 9 % in Marokko en 4 % in Turkije.

De vrouwen in Blijf van mijn Lijf-huizen zijn in 45 % van de gevallen allochtoon:

9 % is geboren in Suriname, 8 % in Marokko, en 6 % in Turkije. Eenderde van de vrouwen heeft voor opname in het opvangcentrum een bijstandsuitkering. Bijna een vijfde heeft geen inkomstenbron: iets minder dan een zesde heeft een inkomen via de partner of ouders en ruim 10% verkrijgt inkomen uit arbeid.[27]

 

 

Jongeren

 

Schattingen omtrent het aantal thuisloze jongeren in Nederland lopen uiteen van 3.500 tot 10.000 personen.[28] Het NPZ gaat uit van ongeveer 7.000 thuisloze jongeren ( 75% jongens en 25 % meisjes). In de definitie die het NPZ hanteert gaat het om jongeren tussen 12 en 25 jaar, die weggelopen zijn of door familie of partner op straat gezet zijn, geen stabiele woon- of verblijfplaats hebben, of in (kortdurende/ langdurende) opvang verblijven. Het grootste deel van de thuisloze jongeren is rond de 18 jaar. Er worden nauwelijks thuisloze jongeren onder de 15 aangetroffen. Ongeveer de helft van de jongeren heeft een allochtone achtergrond, wat betekent dat tenminste één van beide ouders in een niet-westers land geboren is.

 

 

 

 

De enquête

 

Inleiding

 

In ons onderzoek naar dak- en thuislozen hebben we gekozen voor de volgende vraagstelling:

 

-                Wat is het beeld dat de maatschappij heeft van de dak- en thuislozen en tot in hoeverre komt dit beeld overeen met de realiteit?

 

 

We wilden een representatief beeld krijgen van de meningen en gedragingen van de maatschappij tegenover dak- en thuislozen. Om op deze vraag een juist antwoord te krijgen zou men een breed maatschappelijk onderzoek moeten uitvoeren. Wegens de beperkte beschikbare tijd hebben wij gekozen voor een “haalbaarheidsonderzoek”

 

 

Onderzoeksmethode

 

We hebben  gebruik gemaakt van een enquête, en om zo snel mogelijk een grote groep te bereiken  hebben we gekozen voor verschillende manieren om de enquête te verspreiden. Naast de gebruikelijke papieren versie hebben we een versie in MS-Word gemaakt, die na invulling teruggemailed kon worden en hebben we de enquête op een webpagina op Internet gezet. De webpagina hebben we voorzien van “Nedstat Basic” waardoor te zien is hoeveel mensen de site bezocht hebben.

 

Om te zorgen dat een enquête bruikbare informatie oplevert moet hij aan een aantal criteria voldoen. De enquête moet:

 

·                                 objectief en onbevooroordeeld worden opgesteld

·                                 duidelijk en ondubbelzinnig zijn

·                                 vergelijkbare antwoorden opleveren

·                                 systematisch worden afgenomen

·                                 motiveren tot beantwoorden

·                                 precies naar datgene vragen wat wordt bedoeld

 

De in de enquête gestelde vragen dienen om het beeld dat de maatschappij heeft van dak- en thuislozen op de volgende wijze te polsen:

Vraag 1 tot en met 5 zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de achtergrond en maatschappelijke positie van de respondent, zodat we naderhand eventueel verbanden kunnen leggen tussen verschillen van meningen van respondenten aan de hand van bijvoorbeeld opleiding, woonplaats of leeftijd.

Bij vraag 6 en 7a wordt naar de mate van confrontatie met dak- en thuislozen gevraagd. Hierbij willen we onderzoeken of de mate van confrontatie invloed heeft op het beleid van de respondenten.

Vraag 7b en 10 zijn open vragen, hierbij kan de respondent wat meer informatie kwijt wat betreft argumentatie.

Voor het overige hebben we gebruik gemaakt van gesloten vragen, waarbij de respondent alleen gestandaardiseerde antwoorden hoeft aan te kruisen. Met dit soort vragen is goede, feitelijke informatie te verkrijgen.

Een aantal vragen is bedoeld om de meningen van de respondenten te staven aan de informatie die wij in de literatuur gevonden hebben (vraag 13 en 16 bijvoorbeeld).

Na formuleren van de vragen hebben we de enquête eerst op enkele personen uitgeprobeerd om eventuele onduidelijkheden tot een minimum te beperken.

Uiteraard hebben we aangegeven dat gegevens anoniem zullen worden verwerkt!

 

 

Doelstelling

 

Het uiteindelijke doel van de enquête is het rapporteren van de onderzoeksresultaten.

De volgende punten zijn voor de verslaglegging van belang;

 

·                                 hoeveel enquêteformulieren zijn er binnengekomen

·                                 uitslagen zowel in absolute getallen als in percentages

·                                 het gebruik van grafieken of een diagram

·                                 de uiteindelijke conclusie[29]

 

 

 

Gegevens enquête

 

In totaal zijn er 245 enquêtes ingevuld waarvan 201 op internet en 44 op papier die later zijn ingevoerd. Van de MS-Wordversies is eigenlijk geen gebruik gemaakt door de geënquêteerden. Op 27november werd de internetversie offline gehaald en zijn we gestopt met enquêteren.

 

Na het bekijken van de binnengekomen enquêtes bleken we 239 bruikbare versies te hebben ontvangen. Zes enquêtes zijn afgevallen doordat ze onvolledig ingeleverd waren (er waren meer dan twee vragen blanco gebleven). De resultaten van de bruikbare enquêtes zijn via een script ingevoerd in het programma Access om zo tot een vergelijking van waarden en verwerking van de antwoorden te kunnen komen.

 

De middels de enquête verkregen gegevens zijn hieronder weergegeven. Voor de tabellen geldt dat de responsies in zowel aantallen als percentages zijn weergegeven. Van een aantal gegevens zijn cirkeldiagrammen gemaakt die in de bijlage te vinden zijn.

 

 

1) Wat is uw leeftijd?

 

 

leeftijdscategorie

 

Aantal

%

Jonger dan 20 jaar

22

9

20-30 jaar

107

45

31-40 jaar

51

21

41-50 jaar

22

9

51-60 jaar

18

8

61-70 jaar

13

5

Ouder dan 70 jaar

6

3

 

 

 

 

 

2) Wat is uw geslacht?

 

 

Geslacht

 

Aantal

%

Man

128

54

Vrouw

111

46

Totaal

239

100

 

 

 

3) Wat is uw woonplaats?

 

 

woonplaats

 

Aantal

%

Amsterdam

66

28

Leiden

33

13

Voorschoten

27

11

Katwijk

17

6

Rotterdam

15

23

Den Haag

7

3

Haarlem

6

3

Delft

6

3

Overig

64

27

Totaal

239

100

 

 

We hebben gekozen om de woonplaatsen die door zes of meer respondenten genoemd werden, weer te geven in bovenstaande tabel. Omdat de andere woonplaatsen, die door vijf of minder respondenten per plaats genoemd werden zeer divers waren, hebben wij dat aantal opgeteld en genoemd onder “overig”.

 

 


4) Wat is de hoogste opleiding die u afmaakte?

 

 

Hoogste opleiding

 

Aantal

%

Lagere school

9

4

LBO

5

3

MAVO

12

5

VBO

4

2

MBO

44

18

HAVO

25

10

VWO

50

21

HBO

44

18

WO

33

14

anders

13

5

totaal

239

100

 

 

5) Heeft u een beroep, zo ja welk?

 

Er zijn 64 respondenten die hebben ingevuld dat zij geen beroep hebben en hierbij geen toelichting gegeven. De beroepen van de 175 respondenten die aangaven dat ze wel een beroep hebben, waren zo divers dat we de specificaties als bijlage (blz 35, 36) hebben bijgevoegd voor de geïnteresseerden. Wat opvalt is dat van onze respondenten zo’n 46 mensen werkzaam zijn in de ICT-branche, in beroepen variërend van programmeur tot helpdesk-medewerker. Ongeveer 40 respondenten zijn werkzaam in de zogenaamd “sociale beroepen”, variërend van maatschappelijk werk, hulpverlener en advocaat tot huisvrouw.

 

 

6) heeft u op een of andere wijze te maken (gehad) met dak- en thuislozen? (meerdere antwoorden mogelijk)

 

 

confrontatie

 

Aantal

%

Ja, privé

28

12

Ja, via werk of studie

45

19

Ja, in woonomgeving

105

44

Ja, anders

31

13

nee

77

32

 

Bij “anders” gaven een aantal respondenten als toelichting: “op straat”, “op stations”, “tijdens het winkelen” en “als vrijwilliger werkzaam bij de doelgroep”.

 

 

7) Hoe vaak wordt u (omdat u ze bijvoorbeeld tegenkomt op straat) geconfronteerd met dak- en thuislozen?

 

 

Mate van confrontatie

 

Aantal

%

Dagelijks

51

22

Enige malen per week

86

36

Eén keer per week

20

8

Enkele keren per maand

36

15

Eén keer per maand

8

3

Minder dan één keer per maand

28

12

Nooit

5

2

anders

5

2


 

 

Opvallend is dat 77 respondenten bij  vraag 6 (op een of andere wijze te maken gehad…. ) “nee” hebben geantwoord, terwijl zij bij vraag 7 ( hoe vaak) niet hebben gekozen voor het antwoord “nooit” en wél een mate van confrontatie invullen! Wij denken dat vraag 6 (heeft u er op de een of andere wijze mee te maken gehad), misschien door veel mensen geïnterpreteerd is in de zin van (zeer) persoonlijke ervaringen of ervaringen die meer dan een ontmoeting in houden.

 

 

7 a) Is dit in uw eigen woonplaats of elders?

 

 

Waar zie je ze?

 

Aantal

%

In eigen woonplaats

109

46

Elders

54

22

In eigen woonplaats als elders

72

30

Blanco

4

2

                                                         

 

 

Op andere plaats dan woonplaats werd onder meer genoemd; “in de stad”, “rond stations”, en “overal, als je ze weet te herkennen”!

 

 

7 b) Maakt het voor uw gevoel/reactie verschil waar u de dak- of thuisloze tegenkomt?

 

 

Locatie confrontatie

 

Aantal

%

Ja

77

32

Nee

154

64

anders

8

4

 

 

Onder “anders”  waren vijf respondenten die niets invulden. De andere drie gaven aan: “minder prettig in een stille omgeving”, “niet prettig op station en parkeerplaatsen” en een paar respondenten gaven aan door het gedrag en voorkomen van dak- en thuislozen zich niet veilig te voelen op straat.

 

 

 

8) Hoe denkt u dat het percentage mannen tot vrouwen zich verhoudt onder de dak- en thuislozen?

 

 

 

Verhouding

 

Aantal

%

Mannen 20% vrouwen 80 %        

4

2

Mannen 50% vrouwen 50 %

11

5

Mannen 60% vrouwen 40%

102

43

Mannen 80% vrouwen 20%

120

49

Blanco

2

1

 

 

Een percentage van 92 % van de respondenten is van mening dat er meer mannen dan vrouwen thuisloos is, bijna de helft (49%)  geeft de juiste verhouding aan.

 


9) Als u een dak- of  thuisloze tegen zou komen op straat: 

 

 

ontmoetgedrag

 

Aantal

%

Negeert u hem/haar

74

31

Beantwoordt vragen maar kapt een gesprek af

114

48

Gaat u in gesprek

28

12

Bent u bang

2

1

anders

21

9

 

 

 

 

10) Wat gaat er door u heen als u denkt aan dak- en thuislozen?

 

 

“Hoe heeft het zover kunnen komen”                                                                 : 31 respondenten

“Medelijden, triest, sneu, erg, zielig, vreselijk”                                                    : 78 respondenten

“Kan iedereen overkomen”                                                                                 : 7 respondenten

“Eigen schuld, eigen keus, in Nederland niet nodig”                                          : 26 respondenten

“Niets, niet veel, niets bijzonders”                                                                      : 17 respondenten

Negatieve gevoelens variërend van “vies, bedelen, junks, alcoholisten”           : 26 respondenten

“Falen van de overheid, gebrek aan hulpverlening, gevolg samenleving”         : 18 respondenten

 

Een  aantal respondenten heeft combinatie van bovenstaande antwoorden gegeven!

 

 

 

11) Ondersteunt U wel eens een dak- of thuisloze door: (meerdere antwoorden mogelijk)

 

 

 

Ondersteuning

 

Aantal

%

Gehoor geven aan bedelen

73

31

Kopen straatkrant

149

62

Anders

47

20

Nee

56

23

 

 

Als andere ondersteuning noemen de meeste respondenten dat ze de dak- en thuisloze op de een of andere wijze ergens van voorzien (eten, drinken, spullen etc). Enkele respondenten hebben hier ingevuld dat ze bijvoorbeeld een gesprek aangaan met de dak- en thuisloze.

 


 

12) Vindt u dat er voldoende opvang is voor dak-en thuislozen?

 

 

Voldoende opvang

 

Aantal

%

Ja

22

9

Nee

71

30

Kan beter

43

18

Weet niet

103

43

 

 

 

 

13) Welke vormen van opvang kent u voor dak- en thuislozen? (meerdere antwoorden mogelijk)

 

 

Vormen opvang

 

aantal

%

Leger des Heils

230

96

Federatie Opvang

6

2

Vrouwenopvang

88

37

Blijf van mijn lijf huizen

145

61

Kerken

141

59

Pensions

76

32

Slaaphuizen

146

61

Nachtopvang

176

74

Dagopvang

101

42

Crisisopvang

20

8

Anders

19

8

 

 

Opvallend is dat de Federatie Opvang maar bij 6 respondenten bekend is, in alle gevallen via werk, studie en een privé ervaring met de doelgroep.

 


 

14) Denkt u dat er aan de dak- en thuislozen een vergoeding wordt gevraagd voor de opvang?

 

 

 

vergoeding

 

Aantal

%

Ja

134

56

Nee

39

16

Weet niet

34

14

Anders

25

10

Blanco

7

4

 

 

Bij anders wordt genoemd; “indien mogelijk” of “soms wel soms niet”!

 

 

 

 

15  Vind u dat dak- en thuisloos zijn een keuze is?

 

 

 

Eigen keuze

 

Aantal

%

Ja

70

30

Weet niet

58

24

Nee

99

41

Anders

9

4

blanco

3

1

 

 

 

Er zijn 51 respondenten die een toelichting op hun antwoord hebben gegeven. Zij geven bijvoorbeeld aan dat het “soms wel, soms geen keus is” of  “dat het vooral afhankelijk is van de persoonlijke omstandigheden”. In alle gevallen bleek uit de toelichting dat zij hun antwoord niet op alle situaties van dakloosheid toepasbaar vonden.


 

15 a ) Denkt u dat gedwongen hulpverlening aan dak- en thuislozen een oplossing is?

 

 

 

Gedwongen hulpverlening

 

Aantal

%

Ja

54

23

nee

130

54

Weet niet

51

21

blanco

4

2

 

 

Toelichtingen die verder zijn gegeven zijn:

 

“Moet per geval bekeken worden, soms wel soms niet”                                         : 27 respondenten

“Je kunt mensen niet dwingen; als ze zelf niet willen lukt het niet; mensen

zijn niet gemotiveerd; ben tegen gedwongen hulpverlening”                                   : 25 respondenten

“Gedwongen alleen in bepaalde situaties en voor bepaalde (vaak psychiatrische)

 gevallen”                                                                                                                  : 15 respondenten

“Nee, want het is een eigen, bewuste keuze”                                                         : 17 respondenten

“Niet dwingen, maar wel meer stimuleren, meer hulp aanbieden”                         : 8 respondenten

 

 

 

 

16) Grootste oorzaak van dak- en thuisloosheid

 

 

 

Grootste oorzaak

 

Aantal

%

Gedrags-aanpassing problemen

13

5

Schulden

51

21

Verslavingsproblematiek

156

65

Anders

3

1

Blanco

16

7

 

 

Als overige oorzaken worden onder meer genoemd; “relatieproblemen”, “vrije wil”, “maatschappelijke factoren”.

 

 

 

 

      Mogelijke oorzaken dak- en thuisloosheid

 

 

 

Mogelijke oorzaken

 

 

 

Aantal

%

 

 

verslavingsproblematiek

178

23

 

 

zwakke begaafdheid

79

10

 

 

psychische problematiek

172

23

 

 

financiële problematiek (schulden)

150

20

 

 

Gedrag- aanpassing problemen

135

18

 

 

ziekte

44

6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17) Denkt u dat dak- en thuisloosheid in de toekomst zal toenemen?

 

 

toename

 

Aantal

%

Ja

151

63

nee

18

8

Weet niet

70

29

                                                                

 

 

Toelichting:

 

“Toename door verslechtering economie”                                                         : 24 respondenten

“Toename door beleid, verharding van de maatschappij, hoge eisen”              : 35 respondenten

“Toename door geldproblemen”                                                                        : 26 respondenten

“Toename door bezuinigingen en verdwijnen verzorgingsstaat”                       : 8 respondenten

“Toename door woningproblemen”                                                                    : 5 respondenten

“Toename door groei bevolking, meer vluchtelingen asielzoekers”                  : 6 respondenten

 

 

 

 

 

 


Conclusie

 

 

Vergelijking resultaten van de enquête met de literatuur (overeenkomsten en tegenstrijdigheden)

 

 

Het eerste dat opvalt is dat het beeld wat mensen hebben over de sekseverdeling van de dak- en thuislozenpopulatie grotendeels klopt met de werkelijkheid. Ruim negentig procent van de respondenten geeft aan te denken dat er meer mannen dan vrouwen dakloos zijn. Meer dan helft van deze negentig procent geeft aan dat de verdeling 80%-20% zou zijn hetgeen kloppend is met de cijfers uit de literatuur. Vijf procent gaf aan te denken dat de man-vrouw verhouding onder de doelgroep gelijk zou zijn en slechts twee procent verkoos de optie 20% mannen en 80% vrouwen. Overigens blijkt uit recente onderzoeken dat de man-vrouw verhouding aan het verschuiven is omdat het aantal vrouwen in de doelgroep lijkt toe te nemen.

 

Dertig procent van de respondenten is van mening dat er onvoldoende opvangmogelijkheden zijn voor thuislozen en 18 procent geeft aan dat de opvang verbeterd kan worden. Deze meningen corresponderen eveneens met de werkelijke situatie. Uit de cijfers blijkt namelijk dat er nog een groot aantal dak- en thuislozen zonder opvangmogelijkheden is.

 

Bij de vraag welke vormen van opvang bekend is het opmerkelijk te noemen dat  slechts zes mensen aangeven de Federatie Opvang te kennen, terwijl dit het grootst overkoepelende orgaan is van de maatschappelijke opvang. Hiernaast blijkt dat deze zes personen de Federatie Opvang kennen via werk, studie of privé. Het Leger des Heils geniet aanzienlijk verreweg de meeste bekendheid, namelijk 96%! Ook kerken, slaaphuizen en nachtopvang worden door meer dan de helft van de respondenten genoemd als bekende opvangmogelijkheden.

 

Ruim de helft van de respondenten, namelijk 56%, is bekend met het feit dat er een vergoeding wordt gevraagd aan de doelgroep voor gebruik van de opvang. Slechts 16% is hier niet van op de hoogte, 14% weet het niet en 10% heeft “anders” ingevuld. De praktijk leert dat de meeste opvangcentra inderdaad een vergoeding vragen. Dit kan een financiële vergoeding betreffen, maar het kan ook inhouden dat de thuisloze enige werkzaamheden verricht. In alle gevallen is het zo dat er aan bepaalde eisen en voorwaarden voldaan moet worden (geen drugsgebruik, op een bepaalde tijd binnenshuis zijn etc). In schrijnende gevallen worden uitzonderingen gemaakt, bijvoorbeeld indien iemand geen toegang tot geldelijke middelen heeft of niet in staat is arbeid te verrichten, maar deze zijn niet structureel.

 

 

Eigen keuze

 

Dertig procent van de ondervraagden is van mening dat dak- en thuisloosheid een eigen keuze zou zijn en 24% geeft aan het niet te weten. Eenenveertig procent vindt het geen keuze en 24% geven aan het niet te weten. De antwoorden worden genuanceerd in de toelichtingen waarin men aangeeft dat het “soms wel, soms geen keuze is” en/of dat het afhankelijk is van de persoonlijke situatie van de dak- of thuisloze.

 

Uit de literatuur, zo ook in deze nota beschreven, blijkt dat hoewel thuisloosheid vaak geen bewuste keuze is van mensen, het wel uit een bepaalde vorm van gedrag kan voortkomen, zoals bijvoorbeeld vermijdingsgedrag, weigeren aan te passen etc. De omstandigheden van thuislozen, evenals hun psychische kenmerken, komen veelal met elkaar overeen. Genoemd hebben we al: wantrouwen, geen besef van de eigen identiteit, het vertonen van “overlevingsgedrag” en dergelijke.[30] Mede hierdoor blijken dak- en thuislozen vaak moeilijk weer uit de situatie te kunnen stappen waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan. Duidelijk moge zijn dat het per individu verschilt en afhankelijk is van de persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden. Wat betreft de vraag of het een bewuste keuze zou zijn, valt weinig terug te vinden in de literatuur omdat hier veelal naar de omstandigheden en de achtergronden wordt gekeken.

 

Uit onze enquête blijkt dat hoewel een groot aantal mensen het wel degelijk een keuze noemen, zij deze nuancering zelf ook benoemen. Dit door de hierboven vermeldde toelichtingen. Hiernaast schijnen mensen zich veelal af te vragen of dak- en thuislozen niet te weinig gebruik maken van de maatschappelijke mogelijkheden om hun situatie te veranderen.

 

 

Gedwongen hulpverlening

 

Op de vraag of de respondenten gedwongen hulpverlening als een oplossing zagen antwoordde 54% met “nee”, 23% met “ja”, 21% met “weet niet” en twee procent heeft deze vraag niet beantwoord. Om een globaal inzicht te geven in de toelichtingen van de respondenten: een aantal mensen gaf aan dat het per geval bekeken zou moeten worden, een aantal legde uit het geen optie te vinden omdat het de dak- en thuisloosheid een bewuste keuze zou zijn en meerdere mensen noemden gedwongen hulpverlening een mogelijkheid bij bepaalde omstandigheden zoals bijvoorbeeld psychiatrische achtergronden.

 

Wat betreft de visie in de literatuur over of gedwongen hulpverlening een oplossing zou kunnen zijn hebben we, wegens de in het voorwoord beschreven omstandigheden, weinig weergegeven  in deze nota. In de praktijk zijn er geen voorbeelden van deze gedwongen soorten van hulpverlening omdat dit veelal in strijd zou zijn met het eigenbeschikkingsrecht van mensen. We vinden de gedwongen hulpverlening wel terug bij psychiatrische dak- en thuislozen die een reëel gevaar zouden vormen voor zichzelf of voor anderen, en ook bij strafrechtelijk veroordeelden die bijvoorbeeld een gedwongen afkickprogramma moeten volgen. Het betreft hier echter geen fundamentele behandeling voor het dak- en thuisloos zijn maar voor de excessen van de betreffende personen. Na behandeling hiervan vervallen deze mensen veelal weer in hun oude dak- en thuisloze situatie. Wel bestaan er bepaalde particuliere organisaties die dak- en thuislozen een rehabilitatieprogramma aanbieden waarbij de deelnemers akkoord gaan met voorwaarden waardoor er een zekere dwang op hen uitgeoefend kan worden.

 

 

Oorzaken thuisloosheid

 

Uit de literatuur blijkt dat het moeilijk is aan te geven wat nou precies de oorzaken zijn van dak- en thuisloosheid. Over het algemeen lijken de experts het eens te zijn over het feit dat er een aantal psychische kenmerken zijn te benoemen bij dak- en thuislozen die in combinatie met een aantal maatschappelijke en sociale factoren, kunnen leiden tot dak- en thuisloosheid. Verder valt er bij dak- en thuislozen een aantal andere problemen aan te wijzen. Zo blijkt bijna de helft van de daklozen een verslaving te hebben en ook blijkt 50% te lijden aan een of andere vorm van psychopathologie. Veertig procent blijkt zwakbegaafd en ook de financiële gesteldheid van de thuislozen valt om meerdere redenen slecht te noemen. Wat betreft ziekte blijkt dat er onder de thuislozen veelal chronische aandoeningen te constateren met als oorzaak met name het fysisch milieu en bijvoorbeeld zelfverwaarlozing. De bovenstaande situaties wordt echter als additionele problematiek benoemt. Interessant is wat de respondenten aangeven op onze vraag wat ze als grootste en wat ze als mogelijke oorzaken van thuisloosheid zien.

 

Als mogelijke oorzaken van thuisloosheid, hebben we een aantal keuzen gegeven. De mogelijkheden waren: Verslavingsproblematiek; psychische problematiek; financiële problematiek (schulden); gedrag- aanpassing problemen; zwakke begaafdheid en/of ziekte. Zowel verslaving als psychische problematiek werden door veel respondenten als mogelijke oorzaak aangewezen (23%). Gedrag- en aanpassingsproblemen werd door 18% aangekruist en zwakke begaafdheid en ziekte werden door respectievelijk 10 en 8% aangegeven. Als grootste oorzaak zag 65% van de respondenten de verslavingsproblematiek en 21% gaf financiële problematiek (schulden) als grootste oorzaak.

 

 

 

Toename thuisloosheid

 

Op de vraag of geënquêteerden verwachtten dat dak- en thuisloosheid in de toekomst toe zal nemen antwoordde 63% met “ja”, 8% met “nee” en 29% dat ze het niet wisten.

Als toelichting op de mogelijke oorzaken van deze toename worden veelal de hoge eisen en/of de verharding van de maatschappij genoemd, geldproblemen (onder meer ook door de invoer van euro) en de verslechtering van de economie. Hiernaast worden ook toename van de bevolking, bezuinigingen en het verdwijnen van de verzorgingsstaat genoemd.

 

In onderzoeken wordt veelal gesteld dat het aantal  dak- en thuislozen zal groeien met als voornaamste verklaring dat er in deze individualistische maatschappij een toename is van de hoeveelheid alleenstaande burgers. Hiernaast wordt ook wel het “financiële gemak” in onze maatschappij genoemd. Mensen kunnen steeds makkelijker geld lenen en/of goederen en diensten kopen op afbetaling of met uitgestelde betaling waardoor zij de financiële gevolgen makkelijk uit het oog verliezen. Er zal mede hierdoor een groter aantal mensen voldoen aan  de risicofactoren van de doelgroep. Voor een uitgebreidere beschrijving van deze criteria verwijzen we naar het causaal macrodiagram van Heydendaal en Nuy.

 

 

Visie op thuislozen

 

Op onze vraag wat er door mensen heen gaat als zij aan dak- en thuislozen denken verkregen wij een groot aantal antwoorden dat varieerde van positieve tot negatieve gevoelens. Om een overzicht te kunnen geven hebben we de antwoorden gecategoriseerd. Globaal zijn de volgende gedachten benoemd: “hoe heeft het zover kunnen komen”; “medelijden, triest, sneu, zielig, erg, en/of vreselijk”; “zou mij ook kunnen gebeuren” (slechts zeven respondenten); “eigen schuld, eigen keus en/of in Nederland niet nodig”; “vies, bedelen, junks, alcoholisten”; “falen van de overheid, gebrek aan hulpverlening, gevolg samenleving”. Een aantal respondenten gaf aan geen specifieke gedachten te hebben over of bij de doelgroep.

 

Wat betreft het gedrag en/of reactie van respondenten als zij mensen uit de doelgroep op straat tegenkomen blijkt dat slechts 12% in gesprek zal treden. 31% gaf aan de dak- en thuisloze te negeren, 48% gaf aan wel vragen te beantwoorden maar een gesprek af te kappen en 1% gaf aan bang te zijn. Negen procent vulde “anders”in, gecategoriseerd bestond de toelichting uit:

“ligt aan situatie, persoon en/of omstandigheden”                                                                                            :12 respondenten

“behandel ze als ieder ander mens”                                                                  :10 respondenten

“raak geïrriteerd (als ze b.v. geld vragen)”                                                         : 8 respondenten

“maak een praatje, antwoord op vragen”                                                           :12 respondenten

“koop een krant, of geef een broodje of sigaret”                                                : 6 respondenten.

 

Op de vraag of de locatie waarop ze thuislozen tegenkomen verschil maakt voor het gevoel/reactie antwoordt 64% van de respondenten met nee, 32% met ja en 4% “anders”. Onder anders werd met name genoemd: “minder prettig in een stille omgeving”, “niet prettig om op station en/of parkeerplaatsen tegen te komen”. Eén respondent merkte op dat niet de locatie maar het gedrag van de dak- en thuisloze verschil maakte voor en gevoel en reactie.

 

 

 

 

Steun aan daklozen

 

Zo’n 62% procent van de respondenten geeft aan  wel eens een dakloze te ondersteunen door het kopen van een straatkrant, 31% doet dit door gehoor te geven aan bedelen, 20% zegt dit op een andere wijze te doen waarbij veelal het voorzien van eten, drinken, sigaretten en/of spullen genoemd wordt. 23% geeft aan dak- en thuislozen op geen enkele manier te ondersteunen.

 

 

 

 

 

 

Aanbevelingen voor eventueel verder onderzoek

 

Uit onze enquête blijkt dat het grootste deel van de respondenten (65%) verslaving aangeven als grootste oorzaak. Dit zou kunnen samenhangen met het straatbeeld. Omdat psychopathologie en verslavingsproblematiek veelal als contra-indicaties gelden in de hulpverlening, kan het zijn dat de daklozen die op straat verblijven en overnachten, veelal mensen met deze problematiek zijn. Dit zijn echter slechts interpretaties van onze kant en het zou interessant zijn om dit verder te onderzoeken. Als eerste kan gekeken worden of er een verband te vinden is tussen de mate van confrontatie met de doelgroep en de in de ogen van de respondent grootste oorzaak van dak- en thuisloosheid.

 

Verder lijkt het ons met name interessant om te onderzoeken in welke mate het algemene beeld dat mensen hebben van dak- en thuislozen beïnvloed wordt door bijvoorbeeld de mate van confrontatie of door persoonlijke ervaringen. Daarnaast  zou het boeiend kunnen zijn om te kijken in welke mate het bijvoorbeeld uitmaakt of mensen de doelgroep tegenkomen in de eigen woonplaats of ergens anders. Ook de reden waarom mensen bijvoorbeeld zo weinig gesprekken aangaan met de doelgroep zou een thema kunnen zijn van onderzoek.

 

Op het moment dat duidelijk zou zijn op welke gebieden het beeld van de maatschappij verschilt van dat van de werkelijkheid en waardoor deze verschillen worden veroorzaakt, zou hier, door bijvoorbeeld voorlichting invloed op kunnen worden uitgeoefend. Hierdoor zou de doelgroep mogelijkerwijs meer geïntegreerd kunnen worden in de maatschappij.

 

 

 


Bijlage:

 

de enquête zoals gebruikt in onderzoek

 

Geachte heer/mevrouw,

 

 

Als studenten van de deeltijdopleiding “Maatschappelijk Werk en Dienstverlening” aan de Hogeschool te Leiden zijn wij bezig met een onderzoek naar dak en thuislozen.

 

Om op een aantal vragen een antwoord te kunnen geven en dat ook te kunnen onderbouwen hebben wij een enquête gemaakt. Wij willen u vragen of u tien minuten de tijd wilt nemen om deze in te vullen.

Per vraag is in principe één antwoord mogelijk. Als er meer antwoorden mogelijk zijn, staat dit bij de vraag zelf aangegeven.

Bij sommige vragen wordt een toelichting gevraagd. Wij zouden u willen vragen uw antwoorden zo kort en duidelijk mogelijk te willen formuleren. Dat helpt ons bij het verwerken van de uitkomst van de enquêtes.

 

U kunt er van uit gaan dat de gegevens anoniem zullen worden verwerkt!

 

Alvast hartelijk dank voor uw medewerking, mocht u geïnteresseerd zijn in de uitslag van onze enquête, kunt u dit aangeven onderaan de vragenlijst met vermelding van uw naam en adres. We zullen u dan t.z.t. de gegevens doen toekomen.

 

 

Met vriendelijke groet,

 

Nienke Spaan

Monique Krösschell – van der Zalm 

 

 

 

 

ENQUETE OVER  DAK- EN THUISLOZEN

 

 

1)      Wat is uw leeftijd?  

 

        Jonger dan 20 jaar

        20 tot en met 30 jaar

        31 tot en met 40 jaar

        41 tot en met 50 jaar

        51 tot en met 60 jaar

        61 tot en met 70 jaar    

        Ouder dan 70 jaar

 

 

 

2)                Wat is uw geslacht

 

        Man

        Vrouw

 

 

3)                    Wat is uw Woonplaats?

 

…………………………………………………….

 

 

 

4)      Wat is de hoogste opleiding die u afmaakte?:

 

        Lagere school/ basisonderwijs

        Lbo

        Mavo

        Vbo

        Mbo

        Havo

        Vwo

        Hbo

        Wo

        Anders, namelijk: ……………………………………………………………..

……………………………………………………………………………………………………….

 

 

 

5)      Heeft u een beroep, zo ja, welk?

 

        Ja        ……………………………………………………………………….

        Nee

 

 

 

6)      Heeft u op de een of andere wijze te maken (gehad) met dak- en

thuislozen? (meerdere antwoorden mogelijk).

 

        Ja privé

        Ja, via werk of studie

        Ja, in mijn woonomgeving

        Ja, op een andere manier namelijk: …………………………………………

 

 

 

7)      Hoe vaak wordt u (omdat u ze bijvoorbeeld tegenkomt op straat)

 geconfronteerd met dak- en thuislozen ?

 

        Dagelijks

        Enige malen per week

        Één keer per week

        Enkele keren per maand

        Één keer per maand

        Minder dan één keer per maand

        Nooit

        Anders namelijk: ………………………………………………………………

 

 

 

7a)      Is dit in uw eigen woonplaats of elders?

 

        Eigen woonplaats

        Elders, namelijk:         ………………………………………………………….

 

        Zowel in eigen woonplaats als elders, namelijk: ……………………………….

 

 

 

7b)      Maakt het voor uw gevoel/reactie verschil waar u de dak- of thuisloze tegenkomt? (Station, portiek, parkeerplaats, andere locaties...)?

…………………………………………………………………………………………

 

 

 

8)        Hoe denkt u dat  het percentage mannen tot vrouwen zich verhoudt onder  de dak- en thuislozen?

 

        Mannen 20 % Vrouwen 80 %

        Mannen 40 % Vrouwen 60 %

        Mannen 50 % Vrouwen 50 %

        Mannen 60 % Vrouwen 40 %

        Mannen 80 % Vrouwen 20 %

 

 

 

9) Als u een dak- of thuisloze tegen zou komen op straat:

 

        Negeert u hem/haar

        Beantwoordt u vragen maar kapt een gesprek af

        Gaat u in gesprek

        Bent u bang

        Anders, namelijk:  …………………………………………………………….

 

 

 

10)     Wat gaat er door u heen als u denkt aan dak- en thuislozen?

 

………………………………………………………………………………………………………

 

 

 

11)     Ondersteunt U wel eens een dak- of  thuisloze door (meerdere antwoorden mogelijk):

 

        Gehoor geven aan het bedelen van een dak- of thuisloze

        Het kopen van een straatkrant

        Nee

        Anders namelijk: ………………………………………………………………

 

 

12)     Vindt u dat er voldoende opvang is voor dak- en thuislozen?

 

        Ja

        Nee

        Weet niet

         Kan beter

 

 

 

 

13)     Welke vormen van opvang en/of opvangcentra kent u voor dak- en thuislozen (meerdere antwoorden mogelijk)?

 

        Leger des Heils

        Federatie opvang

        Vrouwenopvang

        Blijf van mijn lijf huizen

        Kerken

        Pensions

        Slaaphuizen

        Nachtopvang

        Dagopvang

        Andere namelijk: ………………………………………………………………

 

 

 

14)      Denkt u dat er aan de dak- en thuislozen een vergoeding wordt gevraagd voor de opvang?

 

        Ja

        Nee

        Weet niet

        Anders, namelijk: ………………………………………………………………

 

 

 

15) Bent u van mening dat dak- en thuisloosheid een keuze is?

 

       Ja

        Nee

       Weet niet

        Kunt u uw antwoord toelichten?  ……………………………………………….

 

 

 

15a)   Denkt u dat gedwongen hulpverlening aan dak- en thuislozen een oplossing is?

 

        Ja

        Nee

        Weet niet

        Kunt u uw antwoord toelichten?  ……………………………………………….

 

 

 

16)     Hieronder staan een aantal mogelijke oorzaken van dak- en thuisloosheid.

Kies wat u denkt dat de grootste oorzaak is (één antwoord mogelijk) en geef aan wat u als overige oorzaken ziet (meerdere antwoorden mogelijk).

 

Grootste

Oorzaak

Mogelijke

oorzaak

 

Verslavingsproblematiek

Psychische problematiek

Financiële problematiek (schulden)

Gedrag- aanpassing problemen

Zwakke begaafdheid

Ziekte

Anders namelijk: ………………….

           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17)     Denkt u dat dak- en thuisloosheid in de toekomst zal toe nemen?

 

        Ja

        Nee

        Weet niet

        Kunt u uw antwoord toelichten? ……………………………………………….

 

 

 

Als u naar aanleiding van deze enquête iets wil toelichten of opmerken is daar hieronder gelegenheid voor :

 

...............................................................................................................................................

 


Toelichting bij vraag 5, Lijst beroepen respondenten

 


beroep

2e lijns helpdesk

advocaat

ambtenaar

Analist/programmeur

automatiseerder-

automatisering

Bedrijfs eigenaar

bejaardenverzorgster/ab-er

Bouwkundig adviseur

communicatie

communicatie/PA-adviseur

Computerprogrammeur

consulente

cusomer support ISP

Debiteuren beheerder

Directeur

directeur basisonderwijs

directiesecretaresse-

docent nieuwe media

en veel geluk gehad.-

estuur van congregatie en parttime pastor inverpleeghuis.

freelance

freelancer

gastvrouw

groepsleidster

Grondwerktuigkundige-

helpdesk (parttime)

Helpdesk Medewerker

hoogleraar

hulpverlening

ict-

ICT Technical Manager

ICT'er

Int. sales repr.

IT

it helpdeskmedewerker/ systeembeheerder

it-consultant

it-er

jstudent

klachtenmanager-

maatsch. Werker

maatschappelijk werker

maatschappelijk werkster

Machinist NS

manager

manager

medewerker slachtofferhulp

nee,juwelier/antiquair

onderneemster

ouderenadviseur

performer/manicure/advocaat

Planner

producer

product manager

projectleider

sales medewerker

schoonheidsspecialiste

secretaresse

senior beleidsmedewerker

student/uitzendkracht

sysadmin

systeembeheerder

systeembeheerder

Systeembeheerder

Systeembeheerder

System Architect-

teamleider slachtofferhulp

verkooper

Verpleegkundig zorgmanager

verpleegkundige

webdeveloper

Werkplaats Timmerman-

admin. Medewerkster

administratief medewerkster

Agent

bedrijfsadviseur

begeleider verstandelijk gehandicapten

begeleider werkproject psychiatrie

begeleidster

beveiligingsbeambte

bewaarder

boekhouder

chauffeur / verkoper

Chief Technical Officer

company management/software developer-

Consultant-

costuumnaaister-

designer, artist

directeur-

docent

docent hbo

ECONOOM-

Facility Manager-

gem.ambtenaar

gerontoloog

gezinsverzorger

grafisch vormgever

graphics designer

groepsleider

groepsleidster gehandicapten

groepsleidster thuiszorg

groepsmed. verstandelijk gehandicapten

Helpdesk Internet Provider

helpdesk systeembeheerder

helpdeskmedewerker bij een isp

helpdeskmedewerker xs4all :)

hovenier

huisarts

huisvrouw

huisvrouw-

hulpkracht td

Hulpverlener

Hulpverlening

hulpverlner SLH

ict

ICT gerelateerd

Internet Consultant

internet helpdesk

it

Iter

Iter!

juridisch medewerker-

Manager

marketing consultant

medewerker klantenservice

monteur

monteur

Multimedia vormgever

ondernemer-

onderzoeksmedewerker

P&O-er

Part-time helpdeskmedewerker-

pastor

Personeelsmanager

postbode

Procesmanager

Procesontwerper

Product Manager

Product manager

Productmanager

Programmeur

projectmanager

public relations

rijksambtenaar

sales

sales medewerker

sales medewerker

senior helpdesk

Senior helpdeskmedewerker

Special Sales XS4ALL

stedebouwkundig adviseur

Student

student en telefonisch enqueteur

sysadmin/programmeur

Systeem analyst-

systeembeheerder

systeembeheerder

systeembeheerder

systeembeheerder

systeembeheerder-

Systems Engineering Manager EMEA-

tandartsassistente

teamleider internet helpdesk

technisch tekenaar/werkvoorbereider-

Telefoonist-

Universitair Hoofddocent

verpeegster

verpleegkundige

verpleegkundige-

WebDeveloper

webmanager

Wetenschappelijk medewerker-

Wijkziekenverzorgster

 



 

Cirkeldiagram bij vraag 3, gegevens woonplaatsen respondenten

 

 

 

 

Cirkeldiagram bij vraag 4, hoogst afgemaakte opleiding respondenten

 

 

 

 


Cirkeldiagram bij vraag 7, mate van confrontatie met dak- en thuislozen

 

 

 


Cirkeldiagrammen bij vraag 16, oorzaken

 

 

 


 


                                                                      

 

                       

 

 


Illustratie bij gedane aanbevelingen

 

 

Als aanbeveling hebben wij aangegeven dat er vele mogelijkheden zijn tot bijvoorbeeld het onderzoeken van verbanden tussen verschillende meningen en opvattingen. Het zou interessant zijn om na te gaan wat dat verband is en waardoor deze meningen bijvoorbeeld beïnvloed worden.Ter illustratie hebben we in onderstaande diagram gekeken naar de combinatie van de volgende vragen; “vindt u dakloosheid een eigen keuze” en “Denkt u dat gedwongen hulpverlening een oplossing is”. In dit geval kan gekeken worden of er een correlatie is tussen de mening dat dakloosheid een keus is met de opvatting of gedwongen hulpverlening een oplossing zou zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

*toelichting op legenda: Het eerste antwoord betreft de mening over of dakloosheid een keuze is, de tweede of deze groep vindt of gedwongen hulpverlening een oplossing is. De “X X” betekent dat de respondenten een van beide vragen blanco heeft gelaten.

 

 

 


 

 

 

Literatuurlijst



[1] William James, The Principles of Psychology  (1890) bron: http://psychclassics.yorku.ca/James/Principles/prin10.htm

[2] William James, The Principles of Psychology  (1890), Nederlandse vertaling door Nienke Spaan.

[3] Marius Nuy, De odyssee van thuislozen, proefschrift 1998.

[4] P.H.J.M. Heyendael en M.H.R. Nuy, achtergronden van thuisloosheid, wolters-noordhoff 1992

[5] Jeanne Roorda-Honée, gehechtheid, sociale relaties en thuisloosheid. Een onderzoek naar ontwikkelingsantecedenten van thuisloosheid, proefschrift 2001

[6]  L.W.C. Tavecchio, J.D. van der Ploeg, J.M.Th.G. Roorda-Honée, Visies op thuisloosheid, theoretische inzichten over antecedenten.

[7] . L.W.C. Tavecchio, J.D. van der Ploeg, J.M.Th.G. Roorda-Honée , Visies op thuisloosheid, theoretische inzichten over antecedenten, blz 99-100

[8] Jeanne Roorda-Honée, gehechtheid, sociale relaties en thuisloosheid. Een onderzoek naar ontwikkelingsantecedenten van thuisloosheid, proefschrift 2001

[9] P.H.J.M. Heyendael en M.H.R. Nuy, achtergronden van thuisloosheid, wolters-noordhoff 1992

[10] P.H.J.M. Heyendael en M.H.R. Nuy, achtergronden van thuisloosheid, wolters-noordhoff 1992

[11] L.W.C. Tvecchio, J.D. van der Ploeg, J.M.Th.G. Roorda-Honeé, Visies op thuisloosheid.

[12]  Lia van Doorn, Wegwijs blz. 58

[13] Lia van Doorn, Wegwijs vanaf blz. 71

[14]  Overzicht wet- en regelgeving” op internet. Url: http://gemeenteloket.minszw.nl/docs/sociale_activering/soc_act_gem_bijeenk/overzicht_wet&regelgeving.pdf

[15] GOBnet Werkplekken

[16] GOBnet Werkplekken

[17] GOBnet Werkplekken

[18] Ineke Glissenaar, Jongeren van de straat, 121 katern jaargang 24 nr. 16

[19] www.legerdesheils.nl

[20] Leger des Heils, jaarverslag 2001

[21] Simone Lamme, senioren in het souterrain

[22] GOBnet Werkplekken

[23] GOBnet Werkplekken

[24] SGBO 1990, Gezondheidsraad 1995

[25] Gezondheidsraad 1995

[26] Broer en van Waveren,1997 en Snel en Engbersen, 1996

[27] brief van de staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport aan de voorzitter van de tweede kamer over maatschappelijke opvang 1997-1998

[28] Korf, Diemel, Riper,& Nabben, 1999. het volgende station: zwerfjongeren in Nederland.

[29] Wil Dijkstra en Jan Smit, Onderzoek met vragenlijsten

  De vragenlijst Joep Brinkman

[30] L.W.C. Tavecchio, J.D. van der Ploeg, J.M.Th.G. Roorda-Honée, Visies op thuisloosheid, theoretische inzichten over antecedenten.